Het Duitse softwarebedrijf SAP (Systemen,
Applicaties en Producten in de Informatica) is de grootste softwareleverancier
van Europa en behoort tot de drie grootste softwarebedrijven ter wereld. Met
behulp van demySAP Business
Suite verbeteren mensen en bedrijven de relaties met klanten en partners,
stroomlijnen zij hun operaties en behalen zij aanzienlijke efficiencywinst
binnen hun toeleveringsketens. Deze geïntegreerde reeks oplossingen werkt
volgens de hoogste kwaliteitsstandaard en helpt bedrijven de concurrentie voor
te blijven.
Op dit moment gebruiken bijna
30.000 bedrijven verspreid over meer dan 120 landen software van SAP. Hiertoe
behoren ondernemingen van uiteenlopende omvang, waaronder ook een groot aantal
bedrijven waar W+R mee samenwerkt. Daarom is het voor alle W+R medewerkers een
groot voordeel om met een dergelijk software pakket overweg te kunnen. SAP is
een Duits softwarebedrijf. Tot haar klantenkring behoren wereldwijd
bijvoorbeeld Shell, Microsoft, KLM, AKZO Nobel, Rabobank en Efteling. SAP R/3
is ontwikkeld voor grote (multinationale) ondernemingen. Toch zien we steeds
meer kleinere ondernemingen naar een ERP-pakket
overstappen. Het gaat ondernemingen in de meeste gevallen om het verbeteren van
de integratie van het eigen informatiesysteem en bestaat de behoefte aan
geïntegreerde managementinformatie.
Een groot aantal bedrijven waar
W+R mee samenwerkt maakt reeds gebruik van het SAP
systeem. Andere financiële softwarepakketten als, Oracle ,
Exact Globe en JD Edwards tonen op veel vlakken
gelijkenis met SAP. Dit SAP Introductieboek bevat de nodige theoretische
informatie met daarnaast een aantal praktijkoefeningen.
2ERP
ALGEMEEN
2.1ERP-pakketten
ERP-pakketten (Enterprise
Resource Planning pakketten) definieren we als
pakketten die de bedijfsvoering over de gehele
breedte ondersteunen voor verwerking van de informatie rond de goederenstromen
en financiele stromen.
ERP-pakketten hebben vooral een
belangrijke toegevoegde waarde doordat ze een geïntegreerde registratie van de
informatie binnen een bedrijf verzorgen. De informatie die in een bedrijf
geregistreerd wordt is voor een belangrijk deel generiek en kan daarom goed in
een standaardpakket ondergebracht worden.
In het verleden schafte iedere afdeling haar eigen
computersysteem aan. Personeelszaken gebruikte een
personeelbeheersysteem, de financiele administratie
gebruikte een boekhoudpakket en bij de productie werd van diverse plannings- en magazijnsystemen gebruik gemaakt. De
afzonderlijke systemen werkten vaak tot grote tevredenheid van de gebruikers
per afdeling, maar de koppelingen tussen deze systemen leidden tot vele
problemen, hoge kosten en weinig flexibiliteit. Een geïntegreerdERP-pakket biedt een oplossing voor dit probleem.
Een groot productiebedijf
zaal over het algemeen kunnen volstaan met een systeem voor
kantoorautomatisering (bijvoorbeeld MS-Office), een ERP-pakket (bijvoorbeeld SAP R/3) en zeer specialistische software
op het gebied
van de
procesautomatisering
(bijvoorbeeld CAD/CAM-systemen).
ERP-pakketten zijn booming business. De vele advertenties in bladen als
Intermediair geven aan dat er een grote behoefte is aan SAP-consultants,
Baan-experts, enz.
De markt van ERP-pakketten bedroeg
in 1998 2,5 miljard dollar wereldwijd. Volgens onderzoeksbureau Gartner loopt dit op tot 7,5 miljard in 2000. SAP (SAP R/3)
is nog steeds marktleider, Baan is met een omzet van 216 miljoen vorig jaar
nummer 2, en Oracle (Oracle-GEMMS en Oracle-Manufacturing) nummer 3 (1996).
ERP-systemen proberen een volledig
geïntegreerde oplossing te bieden voor de beheersing van de goederen- en
informatiestromen in een organisatie. Veel ERP systemen hebben hun wortels in
de productieplanning. Soms is dit te zien aan het feit dat de productiefunctie
aanzienlijk beter is ontwikkeld dan de andere functies.
De oorspronkelijke aard van de productiefunctie (discreet
vs. procesindustrie) heeft vaak een duidelijke invloed op het tegenwoordige
pakket. Baan en BPCS komen bijvoorbeeld uit de discrete industrie, waarbij de
nadruk ligt op stuklijkstbeheer en materiaalbehoefteplanning. SAP komt oorspronkelijk uit de financiele hoek en heeft van daaruit vervolgens
functionaliteit voor prodcutie en logistiek
ontwikkeld. Voor vrijwel alle grote spelers op de markt geldt dat ze qua
functionaliteit steeds meer naar elkaar toe groeien. Zo hebben SAP en Baan inmiddels ook procesmodules die de procesindustrie moeten
ondersteunen.
2.2ERP als vervolg op MRP
ERP wordt ook wel beschouwd als een vervolg op MRP-II. Bij MaterialRequirements Planningconcept (MRP I) wordt aan de hand van
stuklijsten en geprognosticeerde vraag naar producten berekend welke
productieorders en inkooporders te verwachten zijn. Later werd Manufacturing Resource Planning (MRP II) geintrodueerd. Dit concept betreft een uitbreiding van MRP
I tot een meer integraal plannings- en
besturingsconcept. MRP II houdt bijvoorbeeld ook rekening met beschikbare
productiecapaciteiten. MRP I en II zijn geschikt om te worden toegepast binnen
een onderneming. Steeds verdergaande internationalisering betekent dat er
bestuurd moet worden ‘ over vestigingen heen’. Zo worden bijvoorbeeld
onderlinge leveringen in het concept betrokken. Hiervoor is ERP geschikt. In de
laatste jaren is de functionaliteit van ERP-pakketten
drastisch uitgebreid, met bijvoorbeeld CustomerRelation Management (CRM), verkoopondersteuning, supply-chainmanagement, workflowmanagement,
human resourcemanagement, enzovoorts. Deze tendens
zet zich nog steeds voort; de ERP-pakkettenbreiden
zich steeds verder uit.Vrijwel alle bedrijfsfuncties worden inmiddels
ondersteund.
2.3Voor- en nadelen van een ERP-systeem
Enkele voordelen kwamen hiervoor al ter spraken. We noemen
als belangrijkste:
Integratie:de samenhang tussen processen wordt
naadloos ondersteund. Er is geen eilandautomatisering meer, dit vermindert
redundantie en fouten in de gegevens.
Procesgerichtheid: in plaats van
ondersteuning van activiteiten in afdelingen, richt ERP zich op de
bedrijfsprocessen die binnen de hele onderneming (en daarbuiten)
plaatsvinden. Dit zien we ook terug in zgn. Workflowmanagement
oplossingen die de ERP-pakketten bieden. Het
gaat hier om ondersteuning en aansturing van de bedrijfsprocessen.
Openheid:ERP-systemen
kunnen met andere systemen communiceren, daardoor kan het SupplyChainconcept,
verregaande ketenintegratie in de bedrijfskolom, worden toegepast. Ook
kunnen ERP-systemen communiceren met andere
software, zoals CustomerRelation
Managementsoftware (CRM).
State-of-the-art: de research
die door ERP-leveranciers wordt verricht is
dermate omvangrijk dat een bedrijf dat een ERP-systeem
in gebruik heeft erop kan rekenen dat de functionaliteit steeds verder zal
worden uitgebouwd en beschikbaar zal zijn. Gebruikersverenigingen hebben
vaak enige invloed op de functionaliteit die toegevoegd of verbeterd moet
worden.
Bedrijfstakgerichtheid:ERP-leveranciers zorgen ervoor dat hun software
verschillende branches ondersteunt. Deze ondersteuning (IndustrySolutions genoemd)
wordt steeds verder uitgebouwd.
Internationalisering: ERP werkt
over locaties, bedrijven, maar ook over landgrenzen heen. Voor
multinationals een ideale oplossing omdat gegevens van alle vestigingen
moeten worden geconsolideerd.
Een ERP-systeem is niet
zaligmakend. Natuurlijk zijn er ook nadelen aan de invoering van zo’n systeem. Hierbij kun je bijvoorbeeld denken aan:
Hoge kosten: De kosten van de
softwarelicentie liggen vrij hoog. De kosten van consultancy bij de implementatie van een ERP-pakket
overtreffen de licentiekosten ongeveer met een factor 2-5. Zo heeft een
Nederlands attractiepark een ERP-systeem
geïmplementeerd voor zo’n 3,5 miljoen euro,
waarvan 0,5 miljoen euro voor de software.
Lang implementatietraject: Het
implementatietraject is vaak langer dan een jaar. Er zijn echter versnelde
implementatie technieken, ASAP (Accelerated SAP), beschikbaar waarbij bij de
implementatie gekozen wordt voor ‘best practices’
waardoor een arbeidsintensieve finetuning van de
software gedeeltelijk vervalt. In dit geval wordt de organisatie (c.q. de
bedrijfsprocessen) dus gedeeltelijk aangepast aan de software. Met name voor kleinere ondernemingen is een dergelijke
oplossing zeer welkom. Voor het midden- en kleinbedrijf zo’n
3-6 maanden, afhankelijk van de complexiteit.
Geen maatwerkoplossing: ERP blijft
een standaardoplossing; de gebruiker zal wellicht water bij de wijn moeten
doen inzake zijn eisenpakket. Maatwerksystemen
zijn echter in het algemeen veel duurder dan
standaardsoftware. Met name (min of meer
frequente) aanpassingen die aan de maatwerksoftware moeten worden
uitgevoerd zijn zeer kostbaar.
We zien vanaf de 90-er jaren steeds meer bedrijven
overstappen op standaardsoftwarepakketten. Enerzijds kent elk bedrijf zijn
eigen unieke bedrijfsprocessen, maar anderzijds zijn die unieke punten vaak
overblijfselen uit het verleden. Er valt iets voor te zeggen om te bekijken of
de best-practices die ERP-systemen
bieden niet beter zijn dan de eigen oplossingen. Waarom denk ik het als
onderneming beter te kunnen dan die vele onderzochte bedrijven in mijn branche?
Bovendien: zijn mijn (unieke) afwijkingen in de bedrijfsprocessen echt wel zo
noodzakelijk? Anderzijds moet ik er als onderneming niet voor kiezen om voor
een softwarepakket mijn hele organisatie op zijn kop te zetten.
De inleertijd voor medewerkers van
nieuwe functionaliteiten in een ERP-systeem is
overigens meestal veel korter dan wanneer daarvoor een geheel nieuw
softwarepakket wordt aangeschaft.
2.4Enterprise
Resource Planning
Enterprise Resource Planning
In het bovenstaande schema worden de belangrijkste functies
weergegeven die bij een ERP systeem gebruikt kunnen worden in de
bedrijfsuitoefening. In dit overzicht zijn de ondersteunende functies
gegroepeerd rond de logistieke, primaire processen. Centraal staat de
goederenstroom van leverancier naar klant: de inkoop resulteert in een
ontvangst en opslag van grondstoffen (driehoekje), de diverse grondstoffen
worden in de productie bewerkt tot eenheden eindproduct en vervolgens uit
voorraad geleverd aan de klant. De wijze waarop de primaire processen inkoop,
verkoop, voorraadbeheersing, shopfloorcontrol en manufacturing worden
inhoud gegeven zijn markt- en productspecifiek. Tegenover de goederenstroom van
leverancier naar klant staat een geldstroom in omgekeerde volgorde: van klant
naar leverancier. De registraties van de geldstroom vinden plaats in de
subadministraties accounts receivable (AR) en
accounts payable (AP) en de grootboekadministratie (generalledger).
De relatie tussen de goederenstroom en de geldstroom vormt
de waardenkringloop van een onderneming. De niet
gearceerde functies vormen de secundaire, ondersteunende activiteiten. Treasury, asset management en
consolidatie zijn ondersteunende functies bij de beheersing en planning van de
financiële middelen op korte en lange termijn. Workflow
management, planning en control, human
resource, service management en customer relations
management ondersteunen de logistieke processen.
In bovenstaande figuur staat de integrale planning van de
goederenstroom centraal en worden de planningsniveaus weergegeven en de
logistieke modules.
Binnen sales en distribution (SD)
vormen de verkoopstatistieken van het afgelopen jaar de basis voor het
vaststellen van een verkoopprognose voor het komende jaar. De verkoopprognose
creëert een behoefte aan productiecapaciteit. Middels
de afstemming van het aanbod van capaciteit op de verkoopbehoefte wordt binnen production planning (PP) door het vaststellen van de
normale en te verwachte jaarcapaciteiten (yearcapacity plan en capacityallocation) in de capaciteitsbehoefte voorzien. De planning
van de jaarcapaciteiten vormen binnen PP de basis voor vaststelling van het
hoofdproductieplan en binnen Materials Management het
vaststellen van de benodigde inkopen (procurement).
Het hoofdproductieplan heeft een planningshorizon van een jaar en bestaat uit
een productiedoelstelling van eenheden product per periode. Het
hoofdproductieplan creëert daarmee een inkoopbehoefte aan
grondstoffen/componenten. Middels de bepaling van het hoofdinkoopplan wordt voorzien in deze vraag. Het
hoofdproductieplan wordt vervolgens omgezet in een detailproductieplan, met een
planningshorizon van een jaardeel. De planningsgrootheden zijn het aantal te
produceren eenheden en het aantal productieorders. Ook op dit niveau worden
verkoopgegevens afgestemd op productiedoelstelling en inkopen. De geplande
productie orders worden omgezet in productieorders, grondstoffen/componenten
worden afgegeven en verwerkt tot eindproduct. Vanuit Materials
Management worden de eindproducten ter beschikking gesteld voor levering
naar de klant. De daarop afgestemde
planning van de distributie naar de klant vindt plaats binnen sales en distribution, SD.
In SAP R/3 staat het SupplyChain concept central: de keten van oorspronkelijke
leverancier tot uiteindelijke consument worden beheerst. Door informatie-,
goederen- en geldstromen optimaal op elkaar af te stemmen wordt volgens SAP een
maximale klantrespons tegen minimale kosten gerealiseerd. Zo is het
bijvoorbeeld mogelijk om als klant via het Internet informatie te krijgen over
producten van een bepaalde onderneming, je eigen product te configureren en de
bestelling te plaatsen. Deze bestelling komt dan automatisch terecht in SAP
R/3; het pakket genereert zonodig automatisch bestellingen bij leveranciers (multi-companyplanning) en zet ook binnen de onderneming de
vereiste processen in werking. Op deze manier kunnen open systemen met elkaar
worden verbonden en transacties zich over individuele bedrijven uitstrekken.
2.5ValueChain
De Engelse term voor waardeketen is ValueChain. Voordat we hierop ingaan moet eerst de aandacht worden gevestigd op
onderstaand figuur. In deze figuur wordt de overgang van functionele structuur
(afdelingsgewijs) naar de procesgerichte structuur
zichtbaar gemaakt. Deze figuur staat feitelijk centraal wanneer we praten over
ERP; we volgen de processen en denken (niet) meer vanuit functies.
Het idee van de
(toegevoegde) waardeketen is geïntroduceerd door Michael Porter
(M. Porter, 1992, Concurrentie voordeel). Hij
stelt dat de waarde die een onderneming creëert, bepaald wordt door het bedrag
dat afnemers bereid zijn voor een product of dienst te betalen. Als een
onderneming haar concurrentiepositie wi
behouden, moeten de kosten van deze activiteiten lager zijn dan die van de
concurrenten. Porter verdeelt de activiteiten van een
onderneming in primaire activiteiten en ondersteunende activiteiten.
2.6SupplyChain Management
De SupplyChain omvat
alle activiteiten die te maken hebben met de doorstroming en eventuele
omvorming van goederen van ruwe grondstof tot aan de eindgebruiker, compleet
met de bijbehorende informatiestromen.
Populair gezegd voor de supplychain van jenever: van korrel
tot borrel. Feitelijk gaat het dus hier om activiteiten die zich binnen de bedrijfskolom afspelen. Voor simpele
producten is die supplychain
nog wel te overzien, maar wanneer je bijvoorbeeld denkt aan de auto-industrie,
wordt dit heel anders.
SupplyChain
Management (SCM) is dan het sturen en integreren van deze activiteiten door
gebruikmaking van allerlei dwarsverbanden en netwerken om een aanzienlijk
concurrentievoordeel te bereiken. Het gaat upstream
om suppliernetwerk
(leveranciers) en downstream om een distributienetwerk (afnemers). Het suppliernetwerk omvat alle ondernemingen die op enige
manier input leveren; dat kunnen fysieke grondstoffen zijn, maar ook
bijvoorbeeld informatie. Bij de auto-industrie gaat et om een suppliernetwerk van duizenden bedrijven die bijvoorbeeld
staal, plastics, maar ook complete versnellingsbakken, remsystemen, autoradio’s
en dergelijke leveren. Ook de productie van die versnellingsbakken en
dergelijke behoort tot deze supplychain. Sommige auteurs zeggen dat je bij het zoeken naar
het begin van een supplychain
altijd uitkomt bij Moeder Aarde. Het kernpunt is echter dat elke supplychain een (meestal grote)
serie gekoppelde leveranciers en afnemers omvat; elke afnemer wordt leverancier
in een volgende schakel van de supplychain tot het product de finale afnemer bereikt.
Vanuit een individuele onderneming gezien kun je zeggen dat
er drie gezichtspunten aan SCM zijn:
interne
functies (inputs omvormen in outputs);
upstream
leveranciersfuncties;
downstream
afnemersfuncties.
De managementuitdaging
is dat er zodanig coördinatie en planning plaatsvindt tussen deze drie aspecten
dat de onderneming bestaansrecht heeft in de supplychain.
Ad 1 Interne
functies
Voor de interne
functies gaat het om verschillende bedrijfsprocessen, waaronder het transformatieproces van grondstoffen (of
halffabrikaten) in eindproducten. Die grondstoffen (halffabrikaten) worden geleverd door de suppliers
en de eindproducten worden geleverd aan
het distributiekanaal (de dealerorganisatie in het geval van de
auto-industrie). De orders van de kopers van een auto moeten worden
doorvertaald in productieorders. Je kunt je bijvoorbeeld voorstellen dat bij
grote vrachtauto’s (zoals bij DAF) 1:1 gebeurt. Iedere klantorder = een
productieorder = een vrachtauto. Bij personenauto’s gaat het ook aardig die
kant op. Zo kun je bijvoorbeeld bij de aankoop van een nieuwe auto bepalen
welke uitvoering, kleur de auto heeft, maar ook of er airco in moet zitten,
enzovoorts. De invloed van de finale consument wordt in dit traject steeds
groter.
Die verkoopordergegevens zijn zeer gedetailleerd:
offerteprijzen, uiterlijke afleverdata, afleverscenario’s, en dergelijke. Ook
productieplanning is erg belangrijk. Hier kan bijvoorbeeld gebruik worden
gemaakt van MRP.
Ad 2 Upstream leveranciersfuncties
Het gaat hierbij om functies die buiten de eigen organisatie
wordt uitgeoefend. Upstream gaat het om de inkoopfunctie. We denken dan aan het
selecteren van leveranciers die kunnen voldoen aan onze verlangens, betrouwbaar
zijn wanneer het op leveren aankomt. Het onderhouden van een goede relatie met
de leveranciers is van groot belang. Bij SCM zien we contacten met de
leveranciers uitwaaieren naar de afdelingen productontwikkeling,
bedrijfsbureau, magazijn, administratie, enzovoorts. Vanuit interne
bedrijfsprocessen bestaan in deze situatie nauwe contacten met de leveranciers.
Ad 3 Downstream
afnemersfuncties
Deze functies omvatten alle distributiekanalen en –
processen die worden gebruikt bij het doorstuwen van de producten naar de
finale afnemer. In de meeste gevallen gaat het hierbij om zaken als opslag,
transport, verkoopactiviteiten en dergelijke.
SCM richt zich op de beheersing tussen verschillende
onderdelen in de supplychain.
Binnen SCM worden vijf niveaus van integratie onderscheiden:
1)Standaardisatie
van financiële stamgegevens;
2)Standaardisatie
van logistieke stamgegevens;
3)Uitwisseling
van tijdsafhankelijke gegevens;
4)Standaardisatie
van plannings- en controlegegevens;
5)SupplyChain planning.
Het vijfde niveau kan pas worden bereikt wanneer de
voorafgaande niveaus zijn doorlopen.
SupplyChain
Management kan (en zal ook) leiden tot een inperking van het aantal schakels in
de bedrijfskolom. In onderstaande figuur wordt dit toegelicht:
[marketing levellogistics
pagina 12
Natuurlijk is het zaak voor een
onderneming om zich niet uit de supplychain te laten drukken.
2.7SCM en ERP
SupplyChain
Management heeft primair te maken met het opbouwen en onderhouden van nauwe
banden met leveranciers en afnemers. We zien dat dit mogelijk wordt gemaakt
door ontwikkelingen in de ICT (Informatie en Communicatietechnologie). SCM is
dus zowel relationship-based
als technology-driven,
om maar eens een aantal woorden ‘ newspeak’ te
gebruiken. De combinatie van ERP en Internet (E-business/E-commerce) geeft vele mogelijkheden om succesvol SCM te
bedrijven. De opkomst van deze technologieën maakt zelfs een wereldwijde supplychain mogelijk. Als
voorbeeld noemen we Dow Chemical Company, een industriële ondermening met vestigingen in
168 landen met een jaarlijkse omzet van meer dan $ 18 miljard in zo’n 3.500
producten in de chemische, plastic en agrarische industrie. Het bedrijf heeft
een personeelsbestand van 39.000 mensen met 123 productielocaties in 32 landen.
Het belangrijkste aspect aan SCM voor Dow is dat zij de consument probeert te
bieden wat deze wil hebben, echter tegen aanvaardbare kosten (aanvaardbare
prijs). De onderneming heeft een SupplyChainTechnology Center
(onder andere gevestigd in Terneuzen) dat wil zorgen voor kruisbestuiving van
best practices en nieuwe technologieën tussen zoveel
mogelijk bedrijfsonderdelen. Verder scant het Center de markt af naar best practices en nieuwe technologieën die ook binnen Dow
bruikbaar zouden kunnen zijn. Het inzetten van ERP en een sterke focus op bedrijfsprocessen
is een belangrijke uitkomst van de activiteiten van het Center.
Moderne ERP-systemenleveren de integratie van planning, controlling
en bewaking van de processen binnen een organisatie. Doordat de interne
informatiestromen tussen belangrijke afdelingen binnen een bedrijf op elkaar
worden afgestemd, wordt het mogelijk om sneller producten op de markt te
brengen, kosten te reduceren en de loyaliteit van klanten en leveranciers te
waarborgen. Met de juiste ERP kan een onderneming het overzicht over haar
activiteiten uitbreiden tot de hele aanvoerketen. Het initiatief van SAP rond SupplyChain Management (SAP SCM)
bijvoorbeeld, dekt alle aspecten van ketenintegratie af.
Binnen SAP zijn SCM-oplossingen
voorhanden in de vorm van APO, Advanced Planner and Optimizer, en LES, LogisticsExecution System. APO zorgt voor een verbeterde
vraagvoorspelling en een verhoogde efficiëntie van het productieproces. LES
voor een efficiëntere, snellere en meer accurate goederenstroom in de
aanvoerketen.