WR heeft veel expertise op het terrein van Shared Service Centers.
SSC
Shared service Centre is een resultaat verantwoordelijk eenheid binnen een organisatie en werkt op basis van een service level agreement. Een SSC levert gespecialiseerde diensten aan de verschillende afdelingen binnen de organisatie.
WR is specialist in de bemanning van SSC.
WR heeft financials voor Shared Service Centers. De ruim 400 financials hebben ervaring bij vele andere SCC\'s.
Hieronder een algemene verhandeling over Shared Service Centers
Inhoud Voorwoord IX Ten geleide XII Ten geleide bij de 4e, gewijzigde druk XIV Verantwoording en leeswijzer XV 1 Wat is een shared service center en wat is het belang ervan? 1 1.1 Inleiding 1 1.2 Voorbeelden 3 1.3 Voor welke problemen vormen shared service centers een oplossing? 4 1.4 Wat is er bijzonder en anders aan de invoering van een shared service center? 9 1.5 Specifieke managementaspecten van shared service centers 10 2 Case-beschrijvingen 15 2.1 Inleiding 15 2.2 E-bridge, het administratieve shared service center van Randstad 17 2.3 DHL, Counting House Maastricht 23 2.4 Ministerie van Defensie, Defensie Interservice Commando 26 2.5 SFB, Werkgeversdiensten 31 2.6 ING, Service Center Hypotheken 38 2.7 DSM Purchasing 44 2.8 KPN HR-shared service center 48 2.9 Philips European Accounting Services 52 3 Theoretische achtergronden 58 3.1 Inleiding 58 3.2 Afbrokkelende voorwaarden voor de business unit organisatie 59 3.3 Afnemende marges en dalende coördinatiekosten 62 3.4 Informatietechnologie 66 3.5 Beschrijfbaarheid van processen 67 3.6 Samenvattend: Het technologisch-economisch krachtenveld voor shared service centers 68 4 Shared service centers: aard en typen 70 4.1 Inleiding 70 4.2 Het karakter van een shared service center als organisatorische eenheid 70 4.3 De rechtsvorm van een shared service center 72 4.4 Het domein van een shared service center 72 4.5 De plaats van een shared service center in de interne organisatie van de onderneming 75 4.6 Wanneer voor welk model te kiezen? 83 4.7 Consequenties voor de units waarvan activiteiten worden overgeheveld naar een shared service center 86 4.8 Wanneer wel of niet een shared service center? 87 4.9 Juridische en fiscale aspecten van shared service centers 88 5 De externe organisatie van een shared service center 90 5.1 Probleemstelling 90 5.2 Overzicht van aspecten 92 5.3 Wie stuurt de manager van een shared service center aan? 92 5.4 De bevoegdheden van de ssc-manager 95 5.5 Consequenties voor de bevoegdheden van de managers van afdelingen die diensten afnemen van shared service center 96 5.6 Hoe worden de kosten van de prestaties van een shared service center verrekend? 99 5.7 Hoe wordt de relatie georganiseerd tussen een shared service center en de andere units? 100 5.8 Het shared service center in de planning & control cyclus 104 5.9 Hoe worden conflicten met betrekking tot het shared service center opgelost? 107 5.10 Wat impliceert de introductie van een shared service center voor het bestuursproces van de onderneming? 109 5.11 Beoordeling van het functioneren van de onderneming als geheel 109 6 De interne organisatie van een shared service center 111 6.1 Inleiding 111 6.2 Het operationele model 111 6.3 De processen binnen een shared service center 113 6.4 Directe relaties met afnemers van business units 114 6.5 De leiding van het shared service center 114 6.6 Bemensing, arbeidsverhoudingen, arbeidsvoorwaarden 115 6.7 De competenties 117 6.8 De cultuur 117 6.9 De fysieke organisatie 118 VI SHARED SERVICE CENTERS 7 Het invoeringsproces 119 7.1 Overzicht van het proces voor invoering van een shared service center 119 7.2 Het initiatief, de besluitvorming en de invoering van een shared service center 120 7.3 Triggering events 123 7.4 Het ssc-rijp maken van de organisatie 123 7.5 Communicatie 126 7.6 De beslissingscalculatie, besluitvorming 127 7.7 Adviesaanvraag aan de OR 129 7.8 Weerstand tegen invoering van een shared service center 130 7.9 Het implementatieproces 132 8 Een blik op de toekomst 135 8.1 Inleiding 135 8.2 Nieuwe vormen van schaarste in de economie 135 8.3 Nieuwe patronen van specialisatie en waardecreatie 139 8.4 Het marktmechanisme: efficiency en onzekerheid 143 8.5 De factor mens 144 Summary 147 Bijlage A: HR-shared service centers: kernissue voor HRM? 150 Bijlage B: Lijst van activiteiten die in een ssc worden uitgevoerd 156 Bijlage C: Transfer pricing voor ssc’s 158 Bijlage D: Enkele juridische aspecten van een ssc 161 Bijlage E: Fiscale aspecten van ssc’s 166 Lijst van geïnterviewde personen 169 Literatuur 170 Register 175 Stichting Management Studies 181 INHOUD VII
Voorwoord Met dit boek over shared service centers heeft u een boek in handen over een betrekkelijk nieuw fenomeen in de organisatie van grotere bedrijven en concerns: centra van waaruit ondersteunende en operationele diensten worden geleverd aan business units of divisies. Bij degenen die de decentralisatiegolf van de jaren tachtig hebben meegemaakt, zal deze ontwikkeling de vraag oproepen “gaan we weer terug naar de oude stafafdelingen?” Ook die verzorgden immers ondersteunende activiteiten voor het hele bedrijf. En waren die afdelingen niet ontmanteld om ondergebracht te worden bij de business units om van die business units ‘echte’, marktgerichte ondernemingen met integrale management-verantwoordelijkheden te maken? Strikwerda’s antwoord op deze vraag is “nee, invoering van shared service centers is geen recentralisatie en dat dit niet zo is heeft te maken met de veranderende economische en technologische omstandigheden”. Focus op de markt – de reden voor de business unit organisatie – is nog steeds nodig. Door veranderingen in de markten en de economie is het echter ook nodig op de kosten te letten en dan blijkt dat ondersteunende activiteiten in business units vaak suboptimaal presteren qua professionaliteit en kosten; dat met schaalgrootte en bundeling van expertise enorme kostenbesparingen en een hogere kwaliteit zijn te behalen. Door breed inzetbare ondersteunende diensten en generieke operationele activiteiten uit de business units te halen en bij elkaar te zetten in shared service centers (ssc’s) kunnen deze voordelen worden bereikt. Dankzij de moderne IT is het ook mogelijk geworden om allerlei ondersteunende activiteiten op afstand te verrichten zonder dat dit gepaard gaat met verlies aan kwaliteit, focus op de business en ook zonder dat er sprake behoeft te zijn van onacceptabele coördinatiekosten. Door de ssc’s te organiseren als resultaatverantwoordelijke eenheden wordt voorkomen dat deze bundeling van activiteiten een terugkeer is naar de oude stafafdelingen. Levering van diensten gebeurt op basis van contracten en verrekenprijzen; met de afnemende business units bestaan zakelijke relaties zoals met andere leveranciers. Uit het onderzoek komt naar voren dat hier een addertje onder het gras schuilt. Veel business units gaan met een ssc als interne leverancier minder serieus om dan met een externe toeleverancier. Er is vrijwel nooit sprake van een vrije keuze voor de business managers; niet meedoen of de diensten elders inkopen wordt meestal niet toegestaan. Ook voelt het anders als de toeleverancier een collega is. En last but not least: veel business managers, die zijn opgevoed tot ‘entrepreneurs’, voelen het moeten afstaan van activiteiten die ze in eigen beheer voerden, als een verlies aan zeggenschap, invloedsfeer en autonomie. Terwijl concernbestuurders nu juist via ssc’s willen bereiken dat business managers zich op de business concentreren en hun tijd niet verdoen aan interne ondersteunende activiteiten. Dat deze psychologische reacties niet mogen worden veronachtzaamd blijkt uit verschillende cases die in dit boek zijn beschreven. Aandacht voor de nieuwe verhoudingen die ssc’s met zich meebrengen, is een belangrijke voorwaarde voor een succesvolle implementatie van shared service centers. Alle betrokkenen moeten begrijpen dat de verticaal en functioneel geïntegreerde business unit niet langer onder alle omstandigheden werkt en dat invoering van ssc’s noodzakelijk is voor het succes van het concern als geheel. En dat andere eisen gesteld worden aan bestuurders, managers en de bestuurlijke processen binnen het concern. Hier ligt volgens de auteur een belangrijke taak voor de concernleiding: het expliciteren van de internal governance om met ssc’s te kunnen werken. Een taak die in onze Nederlandse managementtraditie niet altijd goed wordt opgepakt. De nieuwe relaties binnen het concern, met nieuwe rollen en taken voor niet alleen de directeur van het ssc en de business managers maar ook voor de concernleiding, krijgen in dit boek veel aandacht. Een goede inbedding van ssc’s in de concernorganisatie en -cultuur wordt als een belangrijke voorwaarde voor succes beschreven. Hiermee gaat Strikwerda verder dan de veelal Amerikaanse literatuur waarin de focus wordt gelegd op de interne organisatie van het ssc. Een conclusie die wij met de ervaringen uit onze eerdere onderzoeken en publicaties over de organisatie van concerns van harte onderschrijven. Staan we met het fenomeen ssc aan het begin van een nieuwe fase in het denken over de concernorganisatie? Is dit het begin van het einde van gedecentraliseerde, volgens product-markt combinaties georganiseerde concerns? Nee en ja. Er verandert niets aan de integrale verantwoordelijkheid van de business unit manager. Als we ssc’s echter bezien vanuit het bredere perspectief van de ontwikkelingen in de economie, dan blijken ssc’s voorbeelden te zijn van de drastische veranderingen die zich daarin voordoen. Het weghalen van ondersteunende activiteiten uit een waardeketen die eerder geheel binnen één divisie of unit was georganiseerd, is vergelijkbaar met het outsourcen van productieactiviteiten uit een onderneming die zich gaat toeleggen op ontwerp en marketing. De verticaal geïntegreerde onderneming wordt steeds meer verdrongen door de netwerk-onderneming die deze activiteiten door andere ondernemingen laat verrichten die daar beter in zijn c.q. het goedkoper kunnen doen. Vanuit dit perspectief kunnen ssc’s worden gezien als voorboden van het ontstaan van organisaties die infrastructuren aanbieden (zgn. service providers) met een qua kosten natuurlijk monopolie. Een ontwikkeling die ook van belang is voor de organisatie van overheidstaken en van taken in de non-profit sector. X SHARED SERVICE CENTERS Bij het uitzetten van het onderzoek hebben we de onderzoeker de uitdrukkelijke opdracht gegeven zich te concentreren op binnen concerns opererende ssc’s. Die focus was ingegeven door de fase waarin de ssc’s zich in Nederland bevinden. Voordelen van schaalgrootte zijn voorlopig binnen het concernverband te behalen; transparantie en bestuurbaarheid lijken vaak niet gediend met het in één stap outsourcen van activiteiten uit de business units aan derden. Of ssc’s een opstap vormen voor uitbesteding aan de hiervoor genoemde service providers zal in onze ogen mede afhangen van de ontwikkeling van besturingsconcepten over de grenzen van de onderneming heen. Is uitbesteding van de totale financiële administratie bijvoorbeeld in te passen in besturingssystemen die voldoen aan eisen van transparantie en controle over alle bedrijfsprocessen of botsen bedrijfseconomische overwegingen en corporate governance hier met elkaar? Strikwerda heeft zich uitstekend van zijn opdracht gekweten. Met dit boek krijgt u een schat aan ervaringen en inzichten over beleid en implementatie van shared service centers. De combinatie van case-beschrijvingen, theorie en invoeringsadviezen maakt het tot een uniek lees- en naslagwerk. Veel ondernemingen en organisaties denken op dit moment na over shared services of zijn inmiddels begonnen met de introductie ervan. Wij zijn ervan overtuigd dat dit boek een belangrijke bijdrage zal leveren aan een goede verankering van dit nieuwe organisatiefenomeen in Nederlandse ondernemingen en organisaties. mr. P.A.F.W. Elverding voorzitter Stichting Management Studies juli 2003 VOORWOORD XI Ten geleide Toen Barbera van Dijkum, de secretaris van de Stichting Management Studies, mij begin mei 2002 belde met de uitnodiging om een offerte in te dienen voor een onderzoek naar shared service centers (ssc’s), bekroop mij een dubbel gevoel. Enerzijds voelde ik mij vereerd door deze zo gerenommeerde stichting te worden uitgenodigd, anderzijds had ik niet direct sympathie voor een onderwerp dat, toen tenminste, geassocieerd werd met uitbesteden, business re-engineering, ofwel met kostenbesparing; mijn denken zat in de sfeer van hoe nieuwe vormen van waardecreatie te organiseren. Ik neigde ertoe de uitnodiging bij een collega neer te leggen. In tweede instantie bedacht ik mij dat het gevraagde onderzoek toch een mooie gelegenheid zou kunnen zijn een aantal ondernemingen en instellingen in Nederland te interviewen over hoe ze met hun organisatie bezig zijn. Uit mijn adviespraktijk, maar ook via postdoctoraal scripties van de Universiteit van Amsterdam, was mij bekend dat bedrijven en instellingen toch ook vaak worstelen met een goede uitwerking van nieuwe organisatievormen, waaronder de invoering van ssc’s. De uitdaging van het onderzoek zou daarmee kunnen worden niet alleen best practices op te sporen, maar vooral ook een goed toegankelijk boek te schrijven over hoe op een integrale manier om te gaan met ssc’s, in het bijzonder ook de consequenties daarvan voor de internal governance.1 Bij het uitwerken van het onderzoeksvoorstel en het daartoe raadplegen van de internationale wetenschappelijke en vakliteratuur begon het mij te dagen dat hoewel shared service centers vaak worden ingevoerd voor kostenbesparing en het verhogen van de kwaliteit van de interne dienstverlening, ook duidelijke signalen konden worden gezien dat ssc’s voorbodes zijn van nieuwe patronen van waardecreatie. Nu is het bijzondere van de onderzoeks- en publicatiereeks van de Stichting Management Studies dat deze er op gericht is grotere groepen in de samenleving vertrouwd te maken met nieuwe ontwikkelingen, en daarmee een impuls te geven aan de ontwikkeling van de economie doordat er een gemeenschappelijk gesprek tot stand komt, er herkenning is en erkenning van het nieuwe. Hierdoor worden besluitvorming tot en uitwerking van nieuwe thema’s en organisatievormen versneld èn komen deze kwalitatief op een hoger plan te liggen. Daarmee wordt de uitdaging van zo’n onderzoek enerzijds zuiver te registeren wat er gebeurt in Nederland, en anderzijds daaruit lessen te trekken waarmee die versnelling en kwaliteitsverbetering ook feitelijk tot stand komt. Het heeft geen zin te ver voor de muziek uit te lopen met toekomstbeelden, vooral ook moet vermeden worden dat bedrijven en instellingen een nieuwe organisatievorm gaan invoeren omdat het modieus is, zonder daarover zelf beslist te hebben of het nu wel of niet zinvol is voor de eigen onderneming of instelling. Het meest boeiende van zo’n onderzoek zijn uiteraard de interviews met mensen uit de praktijk: hun verhalen, beelden, verwondering, scepsis, vernuft, hun doorzettingsvermogen, pragmatisme, hun gevarieerdheid in inzichten en hun nieuwsgierigheid naar hoe anderen het doen. Elke onderzoeker heeft zijn a-priori schema’s en neigt er steeds toe die bevestigd te krijgen in zulke interviews, maar de sport is uiteraard dingen te (willen) horen die daar haaks op staan. In het leveren van eigenzinnige opvattingen hebben de geïnterviewden bepaald niet teleurgesteld. Dit is in het boek terug te vinden in lijstjes van hoe het allemaal kan, zonder dat die in een monistisch model zijn te persen. Dat lijkt op het eerste gezicht verwarrend, maar het is een teken dat er sprake is van een collectief leerproces, dat er onderliggend aan het fenomeen shared service center sprake is van meer fundamentele ontwikkelingen in de economie, waarop ondernemers, zoals altijd, intuïtief reageren met werkende oplossingen, de theoretische verklaringen komen achteraf. Zo ook in dit boek, het concentreert zich op de praktische kanten van ssc’s: hoe die werkend te krijgen. Maar het uitdagende van dit onderzoek is wel dat hoe plat ssc’s op het eerste gezicht ook lijken, we beginnen zicht te krijgen op nieuwe patronen van waardecreatie in de economie. Dat inzicht levert geen oplossingen voor de praktische problemen rondom ssc’s, integendeel, maar het maakt voor betrokkenen veel uit te weten of een nieuwe organisatievorm enkel een hype is, of dat ssc’s, hoe onbewust ook, te maken hebben met veranderingen in de economie. Dat laatste is het geval met ssc’s. Om die reden ben ik het bestuur van de Stichting Management Studies dan ook uitermate erkentelijk voor de opdracht voor deze studie: het dwingt tot concentratie op de vraag welke praktische beslissingen ondernemers en bestuurders in overheid en non-profit-instellingen nu moeten nemen om zich te preparen op de toekomst. De personen en bedrijven die hebben meegewerkt aan dit onderzoek, alsook de leden van de begeleidingscommissie ben ik uitermate erkentelijk voor hun inbreng, kritische blik en stimulerende opmerkingen. Zonder Sebastien Latten, die mij in het begin van het onderzoek assisteerde (hij ging tijdens het onderzoek over naar Unilever) met research, interviews en het schrijven van de eerste case, en vooral ook Anneke Seesing, die vele interviewverslagen heeft geschreven, de opzet voor de cases maakte, veel editing en logistieke taken heeft uitgevoerd, was de uitvoering van dit onderzoek in dit tijdsbestek ondenkbaar. Barbera van Dijkum heeft waardevolle suggesties gedaan voor de structuur van het boek en het verhelderen van paragrafen en zinnen. De nu nog resterende onduidelijkheden en tekortkomingen zijn uiteraard geheel voor mijn rekening. Nolan, Norton & Co. zij dank voor de infrastructuur (infrastructuren zijn uiteindelijk mensen, in dit geval vooral Debra van der Kooij), stimulans en zijn financiële bijdrage voor het onderzoek en het schrijven van het boek. Eindhoven, juli 2003 Noot 1 De internal governance beschrijft de bestuurlijke verhouding tussen de RvB, de leiding van de operationele eenheden (werkmaatschappijen, divisies, business units) en de managers van de stafafdelingen. TEN GELEIDE XIII Ten geleide bij de 4e, gewijzigde druk Dit boek over shared service centers heeft zich in een grote belangstelling mogen verheugen, het is nu aan de vierde druk toe. Ik heb veel reacties mogen ontvangen, uitnodigingen voor lezingen, workshops, adviesopdrachten etc. Daardoor zijn nieuwe inzichten gewonnen en zijn bestaande inzichten verdiept. Ten tijde van het onderzoek ten behoeve van het boek waren er geen HR-ssc’s in Nederland actief. Inmiddels hebben vrijwel alle grotere bedrijven en instellingen een HR-ssc of zijn er mee bezig. Om die reden is besloten de case Accenture HR Services te vervangen door de case van het HRM-ssc van KPN. Ondermeer werd ik uitgenodigd te spreken en te schrijven over het nieuwe kernissue van HRM, het HR-shared service centre. Die vraag zette mij aan het denken of dat inderdaad het kern-issue is van HRM. Ik ben tot de conclusie gekomen dat dit niet het geval is. Om die reden heb ik in overleg met de Stichting Management Studies besloten een hoofdstuk toe te voegen over de betekenis van eHRM en HRssc’s en welk zicht die bieden op toekomstige arbeidsverhoudingen en de HR-functie. De lijst van ssc’s in Nederland is geschrapt, die bleek al snel verouderd en niet bij te houden. Zijn we er dan? Nee, maar er is nu geen ruimte om shared service centers voor frontoffice activiteiten te behandelen, wanneer die wel en wanneer die niet als profit centers georganiseerd moeten worden, etc. Idem het fenomeen van de mid-office shared service centers. Maar wellicht is het beter met het voortschrijden van de praktijkervaring dan een geheel nieuw boek te schrijven: over de modulaire organisatie, het fenomeen van de toekomst. Sinds het verschijnen van het boek heb ik ook weer een aantal studenten mogen begeleiden bij het doen van onderzoek naar en het schrijven van hun scriptie over shared service centers (gelukkig waren er ook andere onderwerpen). Het is langs die weg interessant te zien hoe snel het leren in organisaties zich ontwikkelt. Meer praktijkervaring brengt ook nieuwe problemen aan het licht. Bijvoorbeeld dat het proces van internalisatie van het werken met shared service centers nog erg traag gaat: het is niet vanzelfsprekend. Er zijn ook positieve ontwikkelingen te signaleren. Een belangrijke les, die ik op meerdere plaatsen tegenkwam, is deze. Service level agreements (SLA) dienen niet ter verzakelijking van de relaties in een organisatie of om afstand te nemen, maar ter verbetering van de professionele samenwerking, ter versterking van de collegialiteit en samenwerking. Dat is winst. Moge ook deze tweede editie velen helpen hun organisatie op een soepele wijze aan te passen aan de veranderende omstandigheden. Eindhoven, september 2004 Hans Strikwerda Verantwoording en leeswijzer Elk verhaal over praktijkgevallen en nieuwe ontwikkelingen in de praktijk wordt gekleurd en gestructureerd door het a-priori denkschema en de normatieve opvattingen van de onderzoeker, kleurloos kijken bestaat nu eenmaal niet. Waar ik modellen en normen heb gebruikt om vragen te stellen en waarnemingen en materiaal te ordenen en te interpreteren, zijn dat de internationale gangbare opvattingen voor internal governance1, de operationele benadering van management2, het vakgebied organizational behavior3, het vakgebied management of change4 en de in de laatste tien jaar tot ontwikkeling gekomen economische organisatietheorie5. Hieraan heb ik functionele benaderingen van shared service centers zoals bijvoorbeeld die vanuit het perspectief van de IT ondergeschikt gemaakt, zonder deze uit te sluiten. Alles omvattende en sluitende modellen voor organisatie en management kent de bedrijfskunde niet, steeds moet voor de interpretatie van nieuwe ontwikkelingen zoals ook voor de oplossing van praktijkproblemen, een eclectische benadering worden gevolgd die gericht is op het realiseren van taken en doelen. Dit impliceert dat het boek niet een streng lineair karakter kent en de lezer uit de hoofdstukken keuzes kan maken vanuit zijn eigen perspectief. Het boek is primair geschreven vanuit het perspectief van de bestuurder en zijn verantwoordelijkheid. Deze zal via hoofdstuk 1 (definities, overzicht van aspecten), hoofdstuk 4 (typen ssc’s in plaats daarvan in de structuur van de organisatie) en hoofdstuk 5 (de externe organisatie, governance) zich snel een beeld kunnen vormen van welke beslissingen genomen moeten worden om ssc’s operationeel te krijgen. Degenen die belast zijn met het opzetten van een ssc zullen primair geïnteresseerd zijn in de verhalen over hoe andere ondernemingen daarmee zijn omgegaan (hoofdstuk 2), en de interne organisatie van een ssc, (hoofdstuk 6, let wel dit is een summier hoofdstuk omdat in dit boek in tegenstelling tot allerlei commerciële publicaties geen systeemdetails worden behandeld). Diegenen die tot taak hebben anderen te overtuigen van het nut van ssc’s zullen niet alleen veel materiaal daarvoor vinden in hoofdstuk 2, maar de achtergronden van ssc’s vinden in hoofdstuk 3 (theoretische achtergronden) en hoofdstuk 7 (het invoeringsproces). De strateeg zal, behalve met het materiaal in de al genoemde hoofdstukken, een aanzet voor de toekomst kunnen vinden in hoofdstuk 8 (een blik op de toekomst). De functionele specialisten vinden in de bijlagen C (transfer pricing voor ssc’s), D (juridische aspecten) en E (fiscale aspecten) verbindingen tussen hun vakgebied en het fenomeen ssc. De HRM-aspecten komen in de hoofdstukken 5, 6 en 7 aan de orde. Dit boek zou niet aan zijn plicht voldoen wanneer enkel betrokkenen bij ssc’s in de praktijk hun voordeel er mee doen. Ook zou het boek studenten bedrijfskunde, economie, en management control op weg moeten helpen de ontwikkeling van nieuwe organisatievormen te begrijpen. De aard van deze studie is verkennend en praktisch ingesteld, er blijft nog veel te onderzoeken over. Het fenomeen van ssc’s zal, zowel operationeel, HRM, bestuurlijk, strategisch alsook voor het gebied industrial organization, de komende jaren vruchtbare grond zijn voor menig scriptie. Noten 1 Zie daarvoor: Anthony & Govindarajan, Management Control Systems; Chandler, Strategy and Structure: Chapters in the History of American Enterprise; Fayol, Administration Industrielle et Générale: Prévoyance, Organisation, Commandement, Coordination, Controle; Sloan, My Years with General Motors; Strikwerda, Geen corporate governance zonder internal governance; Strikwerda, Het ontwerpen van een organisatie: de concernstructuur. 2 Fayol, Administration Industrielle et Générale; Weihrich & Koontz, Management: A Global Perspective. 3 Greenberg & Baron, Behavior in Organizations: Understanding and Managing the Human Side of Work; Mullins, Management and Organisational Behaviour. 4 Amado & Ambrose, The Transitional Approach to Change; Beer, et al., The Critical Path to Corporate Renewal; Beer & Nohria, Breaking the Code of Change; Bower, The Purpose of Change, A Commentary on Jensen and Senge; Carnall, Managing Change in Organizations; March, Footnotes to Organizational Change. 5 Brickley, et al., Managerial Economics and Organizational Architecture; Jensen, Foundations of organizational strategy; Milgrom & Roberts, Economics, Organization and Management. XVI SHARED SERVICE CENTERS 1 Wat is een shared service center en wat is het belang ervan? 1.1 Inleiding Sinds medio jaren negentig heeft een toenemend aantal ondernemingen in Nederland één of meerdere shared service centers (ssc’s). Enkele voorbeelden om de gedachten te bepalen zijn: • Philips Consumer Electronics: een ssc voor financiële administratie en facturering, gevestigd in Dublin, werkend voor alle Europese landen; • ING: een ssc voor de administratie van de hypotheken van alle werkmaatschappijen; • Het Ministerie van Defensie: een ssc, onder de naam DICO, voor een breed scala facilitaire diensten ter ondersteuning van alle krijgsmachtonderdelen. In Nederland kunnen er op dit moment (begin 2003) meer dan 100 ssc’s worden geteld1 en verwacht mag worden dat een toenemend aantal ondernemingen van een ssc gebruik zal gaan maken om kosten te reduceren en de kwaliteit van de interne en externe dienstverlening te verhogen. Een eerste verkenning leert dat met invoering van ssc’s bedrijven in een periode van twee jaar besparingen op de kosten van administratieve taken in de orde van grootte van 20-50% weten te bereiken (in een aantal cases ligt dit in de orde van grootte van 1% van de omzet op concernniveau), waarbij de bespaarde bedragen in absolute termen tientallen miljoenen euro’s per jaar bedragen. Ssc’s komen in allerlei vormen voor, voor uiteenlopende activiteiten en onder verschillende namen. Als rode draad in dit boek zullen we de volgende definitie hanteren: Een ssc is een resultaat verantwoordelijke eenheid (RVE) in de interne organisatie van een onderneming, overheidsinstelling of non-profit instelling, die tot taak heeft het leveren van diensten op een specifieke specialisatie (zoals administratie, personeelszaken, informatietechnologie, inkoop e.d.), aan de operationele eenheden van die onderneming (zoals business units, divisies of werkmaatschappijen), op basis van een overeenkomst tegen een verrekenprijs. Hierbij moet direct worden aangetekend dat ondernemingen ook gezamenlijk, bijvoorbeeld in de vorm van een joint venture, een ssc kunnen voeren. Ook zijn er voorbeelden van ondernemingen die voor eigen rekening en risico een shared service aanbieden aan andere ondernemingen: shared service firms. In dit boek wordt als centrale leidraad het shared service center als onderdeel van de interne organisatie van een onderneming respectievelijk concern genomen. Als onderdeel van de interne organisatie van een onderneming die in één vennootschap is georganiseerd zal het ssc geen eigen rechtspersoonlijkheid kennen, dit kan wel het geval zijn wanneer het ssc onderdeel is van een concern, zeker bij multinationals. Het ssc is dan één van de ondernemingen in de groep: het belang van het ssc is afgeleid van het belang van de groep. Andere benamingen voor ssc’s zijn: back office, mid office, counting house. In meer generieke zin wordt wel gesproken over shared value activities.2 In ons onderzoek zijn we enkele ondernemingen tegengekomen waarin een ssc werd aangemerkt als business unit of als divisie. Dit is begrijpelijk vanuit status en accountability. Echter, het blijkt dat zo’n status van een ssc verwarring kan veroorzaken in het stellen van prioriteiten in het planning & control proces; de marktgerichtheid van de onderneming als geheel kan daardoor in het geding komen. Zoals we in deze studie zullen zien zijn activiteiten die in ssc’s worden georganiseerd niet beperkt tot wat we als regel ondersteunende diensten noemen. Ook operationele activiteiten zoals productie en de administratieve verwerking van verzekeringspolissen, worden in toenemende mate uitgevoerd in ssc’s. In een organisatieschema kan een ssc worden weergegeven als in figuur 1.1. Figuur 1.1Het ssc in het organisatieschema van de BU-organisatie weergegeven. (a) is een ssc als interne joint venture van de BU’s, de RvB bemoeit zich niet met het budget daarvan; (b) is een ssc dat door de RvB als verplicht te gebruiken infrastructuur wordt opgelegd aan de BU’s (deze verschillen worden verderop in het boek toegelicht). 2 SHARED SERVICE CENTERS 1.2 Voorbeelden Ssc’s worden toegepast in alle sectoren van het bedrijfsleven, maar in mindere mate nog bij de overheid en in de non-profit sector. In bijlage B is een overzicht opgenomen van ssc’s in Nederlandse bedrijven, respectievelijk in Nederland operationele ssc’s als onderdeel van internationale ondernemingen waarvan het hoofdkantoor zich niet in Nederland bevindt. Zoals uit onderstaande inventarisatie blijkt, worden ssc’s toegepast voor heel veel verschillende activiteiten binnen de onderneming: • Financiën en administratie • Management control • Juridische en fiscale zaken • Personeelsmanagement • Verkoop en marketing • Inkoop • Computer services/informatietechnologie • Fabricage • Logistiek • Facilities services In bijlage A is een meer gedetailleerde lijst van activiteiten opgenomen. De lijst van door ssc uitgevoerde activiteiten is gebaseerd op wat in de praktijk is aangetroffen. In de lijst valt op, in het bijzonder bij activiteiten als mutaties, prolongaties, hypotheekadministratie, dat ssc’s niet enkel ondersteunende activiteiten uitvoeren, maar ook kernactiviteiten. Ssc’s voeren bijvoorbeeld ook fabricageactiviteiten uit, bijvoorbeeld de assemblage van eindproducten en de fabricage van printed circuit boards. Deze studie concentreert zich primair op gemeenschappelijke ondersteunende diensten ten behoeve van divisies en werkmaatschappijen. Opvallend is dat onderzoek en ontwikkeling niet worden genoemd als activiteit van een ssc, terwijl economisch gesproken (zie verderop) daartoe wel aanleiding is. Een ssc moet niet verward worden met een centrale stafdienst. Het verschil tussen een centrale stafdienst en een ssc is dat een centrale stafdienst een door de Raad van Bestuur aan de werkmaatschappijen opgelegde dienstverlening is uit oogpunt van control op de eigendom van de onderneming. Een ssc daarentegen wordt opgericht ter besparing van kosten, het verhogen van de kwaliteit van de interne dienstverlening en, zo begint duidelijk te worden in enkele vooroplopende ondernemingen, voor exploitatie van kennis en dus waardecreatie. De diensten van een centrale stafafdeling worden niet verrekend via service level agreements, die van een ssc wel. Niet alle stafactiviteiten zullen in ssc’s kunnen worden georganiseerd. Dit heeft niet zozeer te maken met de aard van de dienstverlening, respectievelijk activiteiten, maar met de verantwoordelijkheid van de Raad van Bestuur. De activiteiten van stafdiensten binnen een onderneming kunnen in drie categorieën worden onderverdeeld: 3 WAT IS EEN SHARED SERVICE CENTER EN WAT IS HET BELANG ERVAN? 3 • Statutaire taken • Economische taken • Dienstverlenende taken Tot de dienstverlenende stafactiviteiten worden activiteiten als salarisadministratie, facilitaire dienstverlening en IT gerekend. Uit de interviews kan worden geconcludeerd dat bedrijven in het bepalen van de activiteiten de grens tussen dienstverlenende stafactiviteiten enerzijds en de statutaire en economische activiteiten vrijwel altijd zuiver handhaven. Bedrijven zijn er veel meer op gericht vooral ook operationele activiteiten van business units gemeenschappelijk te organiseren in ssc’s. 1.3 Voor welk problemen vormen shared service centers een oplossing? Uit ons onderzoek blijkt dat ssc’s voor meerdere problemen en ontwikkelingen als een oplossing worden genoemd: • Het reduceren van de te hoge kosten van gedecentraliseerd ondernemerschap; • Het realiseren van synergie; • De noodzaak van verhoging van de professionaliteit en kwaliteit van ondersteunende processen en uitvoerende processen; • Het verhogen van de arbeidsproductiviteit in ondersteunende taken en administratief operationele taken; • Betere beheersing van outsourcing; • Versterking van het delen van kennis en ervaring door de hele onderneming; • Noodzaak van strategische flexibiliteit; • Noodzaak van grotere transparantie in de organisatie; • Een andere oriëntatie op arbeid van de (post)moderne medewerker. Het reduceren van de te hoge kosten van gedecentraliseerd ondernemerschap Het meest genoemde argument voor de invoering van ssc’s is kostenbesparing, als regel in samenhang met het verbeteren van de kwaliteit van de dienstverlening. In het bijzonder gaat het dan om de kosten van decentralisatie van ondernemerschap in de vorm van bijvoorbeeld een business unit organisatie. De opbrengsten van decentralisatie van ondernemerschap zijn bekend: grotere concentratie op de eigen taak en toegewezen afnemers, geringere coördinatiekosten, hogere motivatie, beter op afnemers afgestemde producten, snellere bediening van afnemers en meer kansen voor individuen om zich te ontwikkelen tot algemeen manager met een integrale resultaatverantwoordelijkheid. Maar ook deze roos heeft zijn doornen: duplicatie van staf- en ondersteunende diensten, gebrek aan professionalisme in staf- en ondersteunende diensten, suboptimale benutting van kapitaalgoederen, het niet benutten van onderhandelingsmacht in de inkoop, gebrek aan kennisuitwisseling tussen de operationele eenheden en de ontwikkeling van idiosyncratische, niet op elkaar aansluitende 4 SHARED SERVICE CENTERS werkwijzen, systemen, standaarden en procedures met als gevolg een gebrek aan flexibiliteit en het niet tijdig zien van nieuwe kansen in de markt of die niet oppakken als gevolg van territoriumstrijd. Het is niet a-priori gezegd dat ssc’s al deze kosten van decentralisatie van ondernemerschap kunnen oplossen. Maar het is evident dat met ssc’s er zodanige kostenbesparingen gerealiseerd kunnen worden dat organisatievormen als business unit organisatie en multi-divisionele organisatie de komende jaren niet meer denkbaar zijn zonder dat daarbij tevens ssc’s worden toegepast. Het realiseren van synergie De kostenbesparing die nu met ssc’s wordt gerealiseerd roept direct de vraag op waarom nu wel kan wat tien jaar geleden niet lukte: het realiseren van synergie in grote ondernemingen.4 Zoals altijd in de economie zijn er twee factoren die in gezamenlijkheid vernieuwing in gang brengen: er moet een noodzaak toe zijn en er moeten werkende oplossingen voorhanden zijn. De al in 1965 door Ansoff bepleitte realisatie van synergie in grote ondernemingen was jarenlang ondergeschikt aan de doelstelling van ondernemingen om mee te groeien met de groei van de economie. Een goede aansluiting van de structuur van de onderneming op de markt (op marktsegmenten gebaseerde business units) en decentralisatie van ondernemerschap vormen de organisatorische voorwaarden voor die groei. De opbrengsten ervan waren altijd hoger dan de eerder genoemde kosten. Een verschil met tien jaar geleden is dat het realiseren van synergie, in het bijzonder door schaalvoordelen, nu op veel radicalere wijze gebeurt dan toen werd gedacht. Wijers benoemde in 1994 een aantal instrumenten om synergie in een gedecentraliseerde onderneming te realiseren, waaronder vaste structuren.6 Als voorbeeld van wat Wijers een ‘synergiestructuur’ noemde, behandelde hij het Centrum voor Fabricage Technologie (CFT) van Philips. De figuur van ‘synergiestructuur’ nam bij Wijers slechts een bescheiden plaats in in het geheel van instrumenten om synergie te realiseren. Strategische analyse-instrumenten, attitudeverandering van het management, het structureren van samenwerking en ondersteunende systemen en procedures, werden belangrijker geacht. Zoals we in het vervolg van dit boek zullen zien staat nu structuur, in de zin van resultaatverantwoordelijke eenheden, centraal in het realiseren van synergie. Met het hanteren van ssc’s is synergie niet langer een term die vooral aan cultuur doet denken, maar een economisch gegeven dat op een gekwantificeerde, geplande wijze gerealiseerd kan worden met behoud van gedecentraliseerd ondernemerschap. Ondernemingen worden sinds 2001 geconfronteerd met een structurele daling van de winstgevendheid als gevolg van de toenemende verzadiging en transparantie van markten, maar ook met lagere coördinatiekosten als gevolg van informatietechnologie en verdergaande standaardisatie. De structurele daling van de winstgevendheid dwingt ondernemingen in de afweging van opbrengsten van decentralisatie versus de kosten van decentralisatie tot een andere uitkomst van die afweging dan in het verleden. Informatietechnologie en standaardisatie, maar daarbij ook de verschuiving naar exploitatie van kennis in plaats van ‘harde’ goederen, leveren nieuwe organisatorische mogelijkheden om de kosten van decentralisatie te reduceren. Ssc’s kunnen en moeten: dus worden ze op grote schaal ingevoerd. De noodzaak van verhoging van de professionaliteit en kwaliteit van ondersteunende processen en uitvoerende processen De aandacht voor verbetering van bedrijfsprocessen die in de jaren negentig tot bloei is gekomen, heeft zich nadrukkelijk ook gemanifesteerd in ondersteunende processen en activiteiten van stafafdelingen. Voor vrijwel alle functionele gebieden zijn professionele inzichten, methoden en werkwijzen ontwikkeld, alsook opleidingsprogramma’s met certificering en verenigingen van functionele specialisten. In die zin kan worden gesproken van een toegenomen professionalisering van staffunctionarissen en anderen die ondersteunende diensten verlenen. Tegelijk is er een toename van het aanbod van staf- en ondersteunende diensten in de vorm van commerciële dienstverlening door derden. Deze professionalisering en de externe concurrentie vormen een prikkel voor de interne dienstverlening om beter te functioneren. Het gevolg van deze ontwikkeling is een toegenomen bewustzijn van wat de staffunctionaris nu precies doet voor wie, op grond van welke afspraken en hoe de kwaliteit van die dienstverlening vastgelegd en geëvalueerd kan worden. Een natuurlijk gevolg daarvan is dat stafrelatie nu meer wordt gezien als een overeenkomst tussen lijn en staf. In combinatie met de noodzaak van een zekere schaalgrootte om professionaliteit te realiseren en verder te ontwikkelen, ontstaat er dan vanzelf de idee overeenkomstige stafafdelingen uit verschillende werkmaatschappijen bijeen te brengen. Aanvankelijk werd dan nog gesproken over een expertise- of kenniscentrum, maar het contractuele element maakt dat al snel een principiële stap wordt gezet: er wordt een ssc gecreëerd. Daarmee wordt vooral een organisatorische voorwaarde gecreëerd voor de verhoging van professionaliteit en de kwaliteit van de interne dienstverlening. Het verhogen van de arbeidsproductiviteit in ondersteunende taken en administratief operationele taken In ssc’s wordt met minder mensen meer gedaan, uitgedrukt in aantal handelingen of transacties per persoon. Dit duidt er op dat ssc’s ook een instrument zijn om planmatig en controleerbaar de arbeidsproductiviteit in ondersteunende diensten en administratief operationele activiteiten te verhogen. Verhoging van de arbeidsproductiviteit in dit type activiteiten is altijd een probleem geweest in vergelijking met de arbeidsproductiviteit in de productie. Doordat ondersteunende diensten en administratief operationele activiteiten nu ook in afzonderlijke resultaatverantwoordelijke eenheden (ssc’s) worden georganiseerd, zowel binnen de onderneming als op de open markt, maakt dit het mogelijk de arbeidsproductiviteit per type ondersteunende activiteit meetbaar te maken in termen van toegevoegde waarde per gewerkt mensjaar. Wat meetbaar is leent zich ook voor systematische verbetering.
Betere beheersing van outsourcing In een enkel geval vloeit de introductie van shared services voort uit een visie op de toekomstige structuur van de sector waarin de onderneming opereert. De toegenomen efficiency van het marktmechanisme sinds de Tweede Wereldoorlog leidt tot een afbouw van de verticaal geïntegreerde onderneming. Deze afbouw vindt als regel plaats in de vorm van outsourcing van delen van de voortbrengingsketen. Voor een aantal ondernemingen is invoering van ssc’s als het ware een interne outsourcing operatie: de business units outsourcen een deel van hun activiteiten niet naar een partij buiten het concern, maar naar een partij, een ssc, binnen het concern. Hiermee kunnen de voordelen van outsourcing, het delen van kosten met anderen en hogere kwaliteit, gerealiseerd worden zonder direct geconfronteerd te worden met de onzekerheid van de markt. Invoering van een ssc kan daarmee al dan niet een opmaat zijn voor outsourcing van een activiteit buiten het concern. Uit onderzoek blijkt dat een aantal ondernemingen parallel ssc’s voert en activiteiten outsourct. Versterking van het delen van kennis en ervaring door de hele onderneming Ssc’s vormen in een aantal gevallen ook een oplossing voor het vraagstuk hoe in een gedecentraliseerde onderneming kennis te delen dwars door alle eenheden heen. Deze kennis kan betrekking hebben op technologie, producten, functionele methoden en technologie (techniek, software, dienstverlening), toeleveranciers, het opstellen van contracten, afnemers, verkooptechnieken, marketing etc. In de business unit organisatie is er steeds naar gestreefd, via werkgroepen, gemeenschappelijke opleidingen en later ook via op informatietechnologie gebaseerde kennismanagement systemen, kennis en ervaringen uit de afzonderlijke business units voor de gehele onderneming te ontsluiten. Met de zogeheten mid offices van de banken, dit zijn ssc’s voor productontwikkeling en productmanagement, is een structuur gecreëerd waarin ervaringen met een product in één van de labels (dus deelmarkten) automatisch ter beschikking staat voor de andere labels. Daardoor wordt synergie in de zin van economies of scope gerealiseerd. Kennismanagement door middel van een ssc is niet gebaseerd op nice to know, maar de manager van een mid office wordt er in meetbare termen op aangesproken dat de kennis over productontwikkeling en productmanagement ter beschikking is voor, en wordt gebruikt door alle labels (lagere kosten, snellere time to market, betere afstemming van producten tussen de labels, benchmarkkwaliteit van producten, customer retention). Omgekeerd kunnen de business managers zich aan deze vorm van kennismanagement niet onttrekken. Noodzaak van strategische flexibiliteit Ssc’s vormen ook, alhoewel minder vaak als argument aangevoerd, een oplossing voor het vraagstuk van strategische, respectievelijk structuurflexibiliteit7 van de onderneming of instelling. In de traditionele business unit organisatie betekende het opstarten van een nieuwe marktactiviteit ook steeds het opstarten van een nieuw voortbrengingsapparaat, met de nodige ondersteunende activiteiten en een eigen distributie. Dit betekent dat een onderneming een grotere drempel van attractiviteit moet overwinnen om een nieuwe activiteit te starten en meer tijd kwijt is voordat de nieuwe activiteit operationeel en winstgevend is, dan in het geval een nieuwe business unit gebruik kan maken van een bestaande infrastructuur. Wanneer deze hogere investeringen moeten worden afgewogen tegen het marginale rendement van lopende activiteiten en de exit costs van lopende activiteiten zal een onderneming minder gauw besluiten de portfolio van activiteiten te wijzigen. Dit kan betekenen dat een onderneming zich niet tijdig aanpast aan veranderende marktomstandigheden en daardoor economische waarde verliest. Omgekeerd betekende in het geval van een business unit organisatie het afstoten of stoppen van een marktactiviteit ook het afstoten of liquideren van een investering in een productieapparaat en alles wat daarmee samenhangt. Dit laatste kan betekenen dat de exit costs van een activiteit hoger zijn dan in het geval wanneer met een infrastructuur bestaande uit ssc’s wordt gewerkt. Immers dan zijn kapitaalintensieve, maar alternatief aanwendbare activiteiten in ssc’s georganiseerd (informatietechnologie, logistiek, administratieve verwerking, distributie- infrastructuur) en is het eerder mogelijk activiteiten met een te laag rendement te staken en idem nieuwe op te starten. Er wordt dan wel gezegd dat de ssc’s van een onderneming een plug&play omgeving vormen voor – nieuwe – ondernemingsactiviteiten. Men zou zelfs kunnen stellen dat invoering van ssc’s de portfolio van productmarkt combinaties van een onderneming splitst in een portfolio van marktactiviteiten (brand + producten of diensten) en een portfolio van operationele activiteiten. In toenemende mate kunnen deze twee portfolio’s onafhankelijk van elkaar aangepast worden aan de strategie, marktontwikkelingen en technologische ontwikkelingen. Noodzaak van hogere transparantie in de organisatie Ssc’s vormen ook een oplossing voor het probleem van transparantie en management control in de moderne organisatie. Als gevolg van wijzigingen in de aard van producten, een hoger dienstverlenend karakter, meer kennisintensieve exploitatie, de veranderende werknemer (hoger opgeleid en meer professioneel), en de hogere graad van productdifferentiatie, schiet de effectiviteit van de traditionele management control tekort. Door de invoering van ssc’s voor inkoop, maar het geldt ook voor informatietechnologie, krijgt de Raad van Bestuur een beter zicht, of preciezer, een meerdimensionaal inzicht in de kostenopbouw van het concern. Ssc’s maken het mogelijk dat de Raad van Bestuur het concern niet alleen in termen van de winstgevendheid van de traditionele productmarkt combinaties met van andere ondernemingen kan vergelijken, maar ook in termen van de kosten en kwaliteit van gespecialiseerde activiteiten: de distributie, de informatietechnologie, kos- ten van back offices e.d. Op de internationale markt opereren in toenemende mate ondernemingen gespecialiseerd in zulke deelactiviteiten, waardoor het nodig wordt te kunnen beoordelen hoe de deelactiviteiten van de eigen onderneming presteren ten opzichte van zulke ondernemingen. Dit is van belang zowel om intern efficiency en winstdoelstellingen te kunnen formuleren en voor de afweging welke activiteiten in eigen beheer uit te voeren of te outsourcen aan derden. Een andere oriëntatie op arbeid van de (post)moderne medewerker Tot slot zijn er de (post)moderne manager en de idem medewerker in de onderneming respectievelijk instelling. De business unit organisatie beantwoordde aan de behoefte van leidinggevenden om meer zelfstandig te opereren, met verantwoordelijkheid voor een eigen winst-en-verlies rekening, balans en cashflow statement. Dit kwam eerder al tot uitdrukking in concepten als management by objectives en managementcontracten. De business unit organisatie bleef zelf echter de traditionele hiërarchische organisatie met een functionele interne organisatie. De opkomst van hoger opgeleide medewerkers, opgeleid tot zelfstandig functionerende professionals, maakt dat er een volgende stap in organisatievormen mogelijk is en door managers en medewerkers ook gewild wordt. Professionals die diensten verlenen op het gebied van HRM, management control, informatietechnologie, logistiek e.d. voeren aan dat wat ze moeten presteren veel beter geregeld kan worden in een systeem dat bestaat uit vertical accountability en horizontal accountability dan enkel de klassieke hiërarchische vertical accountability. Werken in een systeem van vertical en horizontal accountability beantwoordt meer aan hun zelfbeeld en aan hun capaciteiten. Voor de onderneming betekent dit dat deze de balans tussen imposed coordination en self-coordination nu kan verschuiven ten gunste van de laatste, ook waar het gaat om het exploiteren van synergie tussen operationele activiteiten. Self-coordination beantwoordt beter aan het zelfbeeld en de eigenwaarde van de medewerker en vermindert de totale coördinatiekosten binnen de onderneming. De invoering van ssc’s beantwoordt aan de behoefte van de professional meer in een contractuele verhouding tot zijn collega’s te staan. 1.4 Wat is er bijzonder en anders aan de invoering van een shared service center? Ondernemingen en instellingen hebben in het verleden vaker drastische nieuwe organisatievormen ingevoerd, zodat de vraag gesteld moet worden of een boek speciaal gewijd aan ssc’s noodzakelijk is. In de jaren vijftig van de vorige eeuw werd de multi-divisionele organisatievorm ingevoerd naar voorbeeld van de Verenigde Staten. Begin jaren tachtig begon de introductie van de business unit organisatie in Nederland.10 In beide organisatievormen staan decentralisatie van ondernemerschap en integrale verantwoordelijkheid voor de resultaten van de afzonderlijke marktactiviteiten van de onderneming centraal. Invoering van ssc’s impliceert een verandering in het operationele model van de onderneming, niet enkel een verbetering van productie- en ondersteunende processen. Zoals bij alle vormen van organisatieverandering kent de overweging al of niet een ssc in te voeren een aantal onzekerheden en dilemma’s. Altijd is er de onzekerheid of het nieuwe wel zal werken. Een onzekerheid die òf opgelost kan worden door te doen òf door te wachten totdat anderen demonstreren dat het werkt, maar dat laatste heeft het risico dat de onderneming achterop raakt bij de concurrentie. Een andere onzekerheid is of de opbrengsten van een nieuwe organisatievorm wel opwegen tegen de kosten, materieel en immaterieel, om die nieuwe organisatievorm ingevoerd en operationeel te krijgen. Immers waarom zouden de beoogde besparingen en verbeteringen in de kwaliteit niet gerealiseerd kunnen worden binnen de bestaande structuur? In het onderzoek werd slechts bij één onderneming het argument beluisterd dat besloten was niet tot invoering van ssc’s over te gaan omdat betrokkenen van oordeel waren dat de beoogde besparingen wel binnen de bestaande structuur te realiseren waren. In de praktijk wordt verschillend omgegaan met de beslissingscalculatie (business case) wel of niet ssc’s in te voeren. Er zijn ondernemingen die zeer zorgvuldig een business case uitwerken en voor besluitvorming gebruiken al of niet over te gaan tot invoering van een ssc. Het merendeel van de ondernemingen gebruikt de business case bij de uitwerking en implementatie van het ssc als control-instrument. Andere ondernemingen stellen eenvoudig een te realiseren besparing en verbetering van de kwaliteit als doel en gaan aan de slag. Visie blijkt voor de invoering van ssc’s belangrijker dan cijfers.
1.5 Specifieke managementaspecten van shared service centers Naast de aspecten die bij elke organisatieverandering spelen, speelt er bij invoering van ssc’s een aantal specifieke issues. Het gaat hierbij om onder meer de volgende management aspecten: • Motivatie van de business managers; • De marktgerichtheid van de organisatie als geheel; • De normen en waarden van de onderneming; • Het vinden van de juiste ssc-manager; • De stabiliteit van de vereiste IT; • De consequenties voor de RvB zelf. Motivatie van de business manager De eerste zorg van bestuurders die overwegen ssc’s in te voeren, is de vraag of de motivatie van business unit managers niet wordt aangetast door de invoering van ssc’s. In een aantal gevallen is één van de motieven om ssc’s in te voeren expliciet business managers te dwingen zich uitsluitend met de business bezig te houden en hun tijd niet meer te verdoen aan back office activiteiten. Hoewel het definiërende kenmerk van ssc’s nu juist is dat er geen wijziging is in de business verant- woordelijkheid (omzet, winst, marktaandeel) van de business manager, kan in veel gevallen als primaire reactie op de vraag naar weerstanden bij invoering van een ssc worden beluisterd dat de verantwoordelijkheid van de business managers anders wordt. Pas bij doorvragen formuleren bestuurders en anderen het preciezer, namelijk dat de verantwoordelijkheid van de business manager niet wijzigt maar de business manager wordt voor het realiseren van die doelen meer afhankelijk van collega’s en afdelingen waarover ze geen hiërarchische zeggenschap hebben. Uit de cases blijkt dat daarom veel tijd wordt besteed om hierover van gedachten te wisselen en business managers van het nut van ssc’s te overtuigen. Soms leidt dit ertoe dat invoering van ssc’s voor onbepaalde tijd vooruit wordt geschoven, in de meeste gevallen zet de leiding echter door. In een aantal gevallen worden die business managers die het niet (willen) begrijpen en dwars blijven liggen, door een ander vervangen. De visie (van de RvB) dat het moet weegt in het merendeel van de onderzochte gevallen zwaarder dan opgeworpen bezwaren. Maar er zijn ook RvB’s die hun business managers niet durven te overrulen. Marktgerichtheid Ook leeft er de vraag, zo bleek in een aantal gevallen, of de met de business unit organisatie gecreëerde marktgerichtheid niet verloren gaat door invoering van ssc’s. Bij business unit managers en hun medewerkers leven er met betrekking tot ssc’s beelden als recentralisatie, het herinvoeren van de functionele organisatie, een aantasting van de relatieve autonomie van de eigen business unit en het terugdraaien van de integrale verantwoordelijkheid. Bij zowel business unit managers als ook sommige RvB’s is er de vrees dat ssc’s òf de responsiviteit van business units beperken (restricties in te ontwikkelen producten, vereiste return times niet realiseren), òf door eigen productontwikkeling de business unit overvleugelen. Immers in een aantal gevallen zijn ssc’s naar werkzame personen, operatie en investeringen, groter dan de business units die zij bedienen. Wat in het onderzoek opvalt is dat business unit managers dit probleem zien als een machtsstrijd die gestreden moet worden (het budget van het ssc willen bepalen) en dat RvB òf de rol van de normen en waarden van de onderneming benadrukken (zie ook de volgende paragraaf), òf ertoe neigen een ssc volledig onder controle van de business managers te laten vallen. De voor de hand liggende oplossing, namelijk een aanpassing van de planning & control cyclus, waarin de business units de eerste eenheden van planning zijn en de ssc’s de afgeleiden van die planning, met de RvB als uiteindelijke scheidsrechter, werd in slechts enkele gevallen genoemd. Toch blijkt in het merendeel van de gevallen dat invoering van ssc’s uiteindelijk niet wordt gepercipieerd als een terugkeer naar oude organisatievormen, wat het ook niet is. Invoering van ssc’s is niet de cynisch spreekwoordelijke slinger van centraal- decentraal, maar de invulling van een opgaande, spiraalvormige beweging in de economie, die wanneer geprojecteerd op een één dimensionale lijn, lijkt op een slingerbeweging. Het is een kwestie van goed kijken wat er werkelijk gebeurt.
Normen en waarden, cultuur Een ssc als functionele of operationele specialisatie heeft een eigen cultuur en daarmee eigen normen en waarden. Vele bestuurders maken zich, in de afweging een ssc in te voeren, zorgen over de waarden van de onderneming als geheel, in het bijzonder de marktgerichtheid, de klantgerichtheid en dus een goede dienstverlening aan de afnemers. In de praktijk zien we hierin wel verschillen. De meeste ondernemingen benadrukken dat de normen en waarden in een ssc dezelfde zijn als voor de hele onderneming, anderen benadrukken de noodzaak van een eigen cultuur voor het ssc, passend bij het werk en de mensen in een ssc, maar wel binnen de context van de algemene waarden van de onderneming. Wat karakteristiek is aan de figuur van ssc’s, is dat er geen sprake is van een keuze òf marktgericht, òf innovatief, òf functioneel gericht (efficiency), maar dat organisaties worden gecreëerd waarin alle drie waarden gelijk kunnen worden gerealiseerd. Met de figuur van ssc wordt erkend dat die drie waarden vrijwel nooit in één en dezelfde persoon respectievelijk afdeling kunnen bestaan. Voor de onderneming is de implicatie hiervan dat verschil moet worden gemaakt tussen de normen en waarden waarmee de onderneming zich onderscheidt van anderen in de markt en dat onder deze overkoepelende normen en waarden, in afdelingen andere subculturen, specifieke normen en waarden zullen moeten bestaan om de doelstelling van de onderneming te realiseren. Alhoewel in verschillende onderzochte cases blijkt dat aandacht aan cultuur aspecten van ssc’s wordt besteed, lijkt het erop dat veel ondernemingen nog moeten leren met een meervoudige, gelaagde organisatiecultuur te werken. De juiste ssc-manager Het vinden van de juiste managers voor de juiste posities is altijd een centraal vraagstuk voor de leiding van de onderneming. Maar welk type manager past er nu het beste op een ssc? Het dilemma is of een manager gekozen moet worden die als persoon, vanwege business performance, geaccepteerd wordt door de andere business managers (waarmee het ssc ook geaccepteerd wordt), of dat een manager gekozen moet worden die de professionele kwaliteit van de interne processen van een ssc weet te optimaliseren. Het andere dilemma dat speelt is dat het ssc in elke fase een ander type manager vraagt. In de implementatiefase is er een ondernemer nodig die het ssc opbouwt. De operationele fase vraagt veel meer om een service verlenende houding. Een ondernemer zou in deze fase te veel zijn eigen winkel kunnen gaan bouwen in plaats van diensten te verlenen ten behoeve van de business units. In het geval de ssc-manager een imperiumbouwer is, in plaats van een persoonlijkheid die op dienstverlening is ingesteld, liggen conflicten om de hoek.
IT-infrastructuur Specifiek voor invoering van ssc is de noodzaak van een stabiele IT-infrastructuur. Deels wordt de figuur van ssc’s aangegrepen om de lappendeken van ITsystemen aan te pakken en te standaardiseren, maar een zeker niveau van standaardisatie en stabilit