Het sociale karakter van het werken binnen corporaties is de afgelopen jaren sterk veranderd. Klanten zijn niet alleen mondiger geworden, ook agressiever en de sociale problematiek is sterk gegroeid. Woonwinkel-medewerkers en woonconsulenten hebben te maken met een toename aan schrijnende gevallen, verharding van het onderhandelingsklimaat aan de balie, soms worden ze ‘verrot’ gescholden. Vaklieden en opzichters treffen mensen thuis regelmatig aan in een verwaarloosde en vervuilde woning of andere problematische situaties. Dit komt door een toename van probleemgezinnen in de samenleving, maar ook door het verschuiven van zorgtaken naar corporaties en andere maatschappelijke ontwikkelingen. Medewerkers krijgen hier steeds meer mee te maken.
Gelukkig leiden steeds meer corporaties hun medewerkers op in het omgaan met agressie en komt er steeds meer beleid over welk klantgedrag al dan niet getolereerd wordt. Toch wordt er regelmatig een onvoorzien stevig beroep gedaan op het incasseringsvermogen van medewerkers. Na een vervelende ervaring is het prettig je verhaal kwijt te kunnen en even stoom af te blazen bij een daarvoor opgeleide collega: de Wocoach. In veel zorginstellingen bestaat zo’n vorm van collegiale ondersteuning al. Het lijkt FNV Bouw belangrijk een soortgelijke opvang ook voor de corporatie medewerkers te creëren. Die opvang maakt het werk minder stressvol en helpt het ontwikkelen van ergere stresssymptomen te voorkomen. Het kan het plezier in het werk vergroten en uitval door ziekte voorkomen. In de praktijk blijken werknemers gemakkelijk op zo’n collegiale ondersteuner af te stappen als er iets is voorgevallen in het contact met klanten. Vandaar dit project de Wocoach waarin een opleiding centraal staat.
Wat een Wocoach na de opleiding kan:
een luisterend oor zijn;
spiegelen, doorvragen en samenvatten;
een probleem, gevoel of vraag helder krijgen;
de ander een oplossing of stap laten verzinnen;
een gesprek aanbieden;
bogen op enige kennis van stress-/ traumasymptomen, hiermee omgaan;
niet de eigenaar worden van de problemen van anderen;
zicht hebben op eigen gedrag en attitude;
kennis hebben van de sociale kaart van de organisatie intern en enigszins van de externe sociale kaart.