Aan werknemers met een vaste arbeidsplaats mag u een vaste onbelaste reiskostenvergoeding geven. Vanaf 1 januari 2007 is deze regeling verruimd.
Bij het vaststellen van de vaste reiskostenvergoeding gelden de volgende uitgangspunten:
U mag uitgaan van een maximale vergoeding van € 0,19 per kilometer (zowel héén als terug).
U mag uitgaan van 214 reisdagen per kalenderjaar. Bij dit aantal is al rekening gehouden met dagen waarop niet wordt gereisd ten gevolge van bijvoorbeeld vakantie en ziekte.
De werknemer reist op minstens 70% van de werkdagen (= 150 dagen) naar de vaste arbeidsplaats.
De regeling moet u naar evenredigheid toepassen of aanpassen indien:
Uw werknemer op minder dan vijf dagen per week werkt.
De dienstbetrekking begint of eindigt in de loop van het kalenderjaar.
De reisafstand wijzigt.
Voorbeeld vaststellen vaste reiskostenvergoeding:
Uw werknemer werkt in 2007 op 4 dagen per week. De enkele reisafstand van de woning naar de vaste arbeidsplaats is 80 kilometer. De onbelaste reiskostenvergoeding is maximaal:
171 dagen (4/5 x 214) x 160 kilometer (2 x 80) x € 0,19 = € 5.198,40.
Per maand mag u een maximale onbelaste reiskostenvergoeding betalen van € 433,20. Hiervoor moet deze werknemer wel op minstens 120 dagen (4/5 x 150) reizen.
Let op! De in 2006 nog van toepassing zijnde grens van 75 kilometer voor de enkele reisafstand is in 2007 vervallen!
Eindheffing OV-jaarkaart per 1 januari 2007 vervallen
Als u in 2006 aan uw werknemer een OV-jaarkaart voor het Nederlands openbaar vervoer vergoedde of verstrekte, moest u eindheffing toepassen over een normbedrag van € 54 (bij tweede klas) of € 84 (bij eerste klas). Vanaf 1 januari 2007 zijn de normbedragen en de eindheffing komen te vervallen. Als voorwaarde voor vrijstelling geldt dat de OV-jaarkaart moet worden gebruikt voor woon-werkverkeer of voor dienstreizen.