Een heffingskorting is een korting op de verschuldigde belasting en/of premie volksverzekeringen. Bij de loonheffingskorting - kortingen op de loonbelasting/premie volksverzekeringen - gaat het om kortingen die te maken hebben met de eigen situatie van de werknemer.
De loonheffingskorting kan bestaan uit de volgende heffingskortingen:
de algemene heffingskorting de arbeidskorting de ouderenkorting de alleenstaande-ouderenkorting de jonggehandicaptenkorting de levensloopverlofkorting
Algemene heffingskorting Iedere werknemer (en uitkeringsgerechtigde) heeft recht op de algemene heffingskorting. De algemene heffingskorting is € 2.007 als de werknemer of uitkeringsgerechtigde jonger is dan 65 jaar. Als de werknemer of uitkeringsgerechtigde 65 jaar of ouder is, is de algemene heffingskorting € 935.
Arbeidskorting De werknemer met een echte dienstbetrekking of een fictieve dienstbetrekking ontvangt loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. Hij heeft recht op de arbeidskorting. Deze arbeidskorting wordt berekend over het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking met uitzondering van eenmalige beloningen of beloningen die maar eenmaal per jaar worden toegekend (zoals gratificaties, tantièmes of vakantiegeld). Deze heffingskorting is daarom alleen verwerkt in de tijdvaktabellen en niet in de tabellen voor bijzondere beloningen.
In principe is de arbeidskorting 1,738% van het tijdvakloon uit tegenwoordige dienstbetrekking, voor zover dat loon op jaarbasis niet meer is dan € 8.859 + 12,381% van dat loon boven € 8.859. De arbeidskorting is per jaar maximaal € 1.504. Voor werknemers van 58 tot en met 64 jaar geldt een hogere arbeidskorting en voor werknemers van 65 jaar en ouder geldt een lagere arbeidskorting.
Ouderenkorting Een werknemer heeft recht op de ouderenkorting als:
hij 65 jaar of ouder is; en het tijdvakloon op jaarbasis niet meer is dan € 34.282 De ouderenkorting is € 661.
U past de ouderenkorting toe vanaf de eerste loonbetaling in de maand waarin uw werknemer 65 jaar wordt.
Alleenstaande-ouderenkorting Een werknemer heeft bij de berekening van de loonbelasting/premie volksverzekeringen recht op de alleenstaande-ouderenkorting als hij een AOW-uitkering voor alleenstaanden of alleenstaande ouders ontvangt.
De alleenstaande-ouderenkorting is € 410.
U past de alleenstaande-ouderenkorting toe vanaf de eerste loonbetaling in de maand waarin uw werknemer 65 jaar wordt.
Let op!
Deze heffingskorting wordt alleen door de Sociale Verzekeringsbank bij de berekening van de loonbelasting/premie volksverzekeringen over de AOW-uitkeringen toegepast.
Jonggehandicaptenkorting De jonggehandicaptenkorting geldt voor iedereen die:
een Wajong-uitkering ontvangt recht heeft op een Wajong-uitkering, maar deze uitkering niet ontvangt omdat de uitkeringsgerechtigde nog andere inkomsten heeft Als u een Wajong-uitkering (door)betaalt, mag u altijd de jonggehandicaptenkorting verrekenen. Dit geldt ook als uw werknemer of uitkeringsgerechtigde de loonheffingskorting niet bij u laat toepassen. De jonggehandicaptenkorting is € 678.
Levensloopverlofkorting Werknemers hebben bij opname uit de levensloopregeling recht op de levensloopverlofkorting. Bij de berekening van de loonbelasting/premie volksverzekeringen houdt u rekening met deze extra heffingskorting als de werknemer bij u de loonheffingskorting verrekent. De levensloopverlofkorting is gelijk aan het opgenomen bedrag uit de levensloopregeling met een maximum van € 195 per gespaard kalenderjaar. Als de werknemer in november en in december 2009 bijvoorbeeld € 50 opneemt voor onbetaald verlof, dan verrekent u bij het loon van november en van december € 50 aan levensloopverlofkorting. Is de opname in november en in december € 1.000, dan verrekent u alleen in november € 195 met de berekende loonbelasting/premie volksverzekeringen.