Levensloopregeling

Van WR Wiki voor Financials

Ga naar: navigatie, zoek

Een werknemer kan op grond van de levensloopregeling verzoeken om per jaar een bedrag van maximaal 12% van zijn loon in te houden. Dit bedrag wordt over gemaakt naar een door de werknemer gekozen:

  • bank, als storting op een levenslooprekening
  • verzekeraar, als premie voor een levensloopverzekering
  • beleggingsinstelling, als storting voor een levenslooprecht van deelneming

De werknemer bepaalt zelf bij welke toegelaten bank, verzekeraar of beleggingsmaatschappij hij het levenslooptegoed wil onderbrengen.

Het bedrag dat wordt ingehouden, is niet aftrekbaar voor de werknemersverzekeringen, maar wel voor de loonbelasting/volksverzekeringen en de ZVW. Een werkgeversbijdrage voor de levensloopregeling is loon voor de werknemersverzekeringen, maar is onbelast voor de loonbelasting/volksverzekeringen en de Zvw.

Als het levensloopsaldo aan het begin van het kalenderjaar 210% of meer is van het jaarloon over het voorgaande kalenderjaar, dan mag de werknemer dat jaar niet langer sparen in zijn levensloopregeling. Het levensloopsaldo kan overigens door behaalde rendementen daarna verder boven de 210% uitstijgen.

De werknemer kan zowel een spaarloonregeling als een levensloopregeling hebben. Hij mag echter in hetzelfde kalenderjaar niet in beide regelingen sparen. Hij zal elk jaar moeten kiezen in welke regeling hij dat jaar wil sparen.

Een directeur-grootaandeelhouder kan deelnemen aan een levensloopregeling.