Dienstbetrekking

Om tot een dienstbetrekking te komen moet er worden voldaan aan een drietal voorwaarden:
• Persoonlijk arbeid verrichten;
• Tegen loon;
• Er moet sprake zijn van een gezagsverhouding.

Er bestaan verschillende overeenkomsten tot het verrichten van werkzaamheden:

1) Arbeidsovereenkomst (dienstbetrekking, al dan niet fictief)

2) Overeenkomst van opdracht (een overeenkomst, anders dan op grond van arbeidsovereenkomst, tot het verrichten van werkzaamheden anders dan het tot stand brengen van een werk van stoffelijke aard, het uitgeven van werken, het bewaren van zaken of het vervoeren of doen vervoeren van personen of zaken)

3) Aanneming van werk (een overeenkomst tot het tot stand brengen van een werk van stoffelijke aard).

Slechts de arbeidsovereenkomst leidt tot verzekeringsplicht en inhoudingplicht.

Criteria voor de privaatrechtelijke dienstbetrekking:
Er is een verplichting om de arbeid persoonlijk te verrichten, af en toe vervanging is overigens geen belemmering voor deze verplichting. Indien de arbeid (bijna) altijd door opdrachtnemer wordt verricht, wordt uitgegaan van een verplichting.

Ook is er een verplichting tot het betalen van loon. Er moet sprake zijn van een reële contraprestatie voor de verrichte arbeid. Bovendien moet er sprake zijn van meer dan een vergoeding voor gemaakte kosten.

Daarnaast is er een gezagsverhouding nodig. Dit is het geval als er opdrachten en aanwijzingen worden gegeven inzake de feitelijke werkzaamheden .
De opdrachtgever kan in principe aanwijzingen geven; of hij of zij dat werkelijk doet, is niet van belang. De opdrachten kunnen ook betrekking hebben op andere dan de feitelijke werkzaamheden (werktijden, productie-eisen, representativiteit, omgang met de klanten, logo’s op vervoermiddelen etc.). Afspraken leiden niet per definitie tot een gezagsverhouding een afspraak kan een onderdeel van een overeenkomst van opdracht zijn en is dan niet te beschouwen als een uiting van gezag in het kader van een dienstbetrekking.

Familieverhoudingen en financiële belangen kunnen een eventuele gezagsverhouding in de weg staan. Indien de werkzaamheden een wezenlijk onderdeel vormen van de bedrijfsvoering, wordt ervan uitgegaan dat er sprake is van een gezagsverhouding. Meestal zijn de werkzaamheden dan ook structureel ingebed in de bedrijfsvoering.

Wanneer dezelfde werkzaamheden door betrokkene eerder al in dienstbetrekking werden verricht, wordt ervan uitgegaan dat de dienstbetrekking nog steeds voortduurt.

Bijzondere situaties:
De DGA, sociaal-culturele instellingen, buurt- en clubhuizen, sportverenigingen, waarneming, franchising, vergunninghouder en de uitzendovereenkomst.

Bij twijfel kan navraag worden gedaan bij de belastingdienst of de uitvoeringsinstelling. De belastingdienst moet vooraf uitsluitsel geven of een arbeidsrelatie als een dienstbetrekking kan/moet worden aangemerkt; de uitvoeringsinstelling wil dat vaak niet.

Beoordeling achteraf door belastingdienst en uitvoeringsinstellingen
Wanneer opdrachtgever en opdrachtnemer besluiten dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst en belastingdienst en/of de uitvoeringsinstelling komen achteraf tot de conclusie dat wel sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking, zijn de drie onderstaande situaties mogelijk:

Nr. Situatie                           Gevolg
1 Twijfel, wel bezit van VAR Belastingen en premies worden verhaald bij opdrachtnemer.
2 Twijfel, niet in bezit van VAR Belastingen en premies worden alsnog verhaald bij de opdrachtgever.
3 Geen twijfel Belastingen en premies worden alsnog verhaald op de opdrachtgever (de opdrachtgever had redelijkerwijs moeten weten dat van een dienstbetrekking sprake was) .



De bewijslast om aan te tonen dat er sprake is van een dienstbetrekking die de opdrachtgever redelijkerwijs had kunnen weten, berust bij de belastingdienst en uitvoeringsinstelling.

Vind je vaste baan

Al 28 jaar is WR het Werving en Selectie bureau voor vaste banen.