Te laat betaalde lijfpremie voor stakingswinst tóch aftrekbaar!

Een IB-ondernemer staakt eind 2002 zijn garagebedrijf. De stakingswinst wordt bijna geheel gerealiseerd door overbrenging van het bedrijfspand naar privé. De ondernemer wil voor de stakingswinst een direct ingaande lijfrente bedingen. Omdat hij niet over eigen middelen beschikt, moet hij bij de bank een hypothecaire lening afsluiten met het bedrijfspand als onderpand. Uiteindelijk wordt in mei 2004 € 187.000 afgestort bij een verzekeraar.

Voor de inkomstenbelasting 2002 gold nog een termijn van twaalf maanden (thans zes maanden) na afloop van het kalenderjaar waarbinnen de lijfrentepremie betaald moest zijn, dus uiterlijk op 31 december 2003. De inspecteur accepteert de lijfrentepremieaftrek niet wegens termijnoverschrijding.

Volgens rechtbank Haarlem is er sprake van verschoonbare termijnoverschrijding waardoor de ondernemer terecht een beroep doet op een goedkeuring van de staatssecretaris uit een besluit van 4 december 2000. Factoren die hierbij volgens de rechtbank een rol spelen zijn dat eerdere onderhandelingen met een bank zijn stukgelopen vanwege onzekerheid over de waarde van het bedrijfspand door verontreiniging van de grond. Door deze verontreiniging was de hoogte van de stakingswinst onzeker. Tevens was een minnelijke taxatie vereist die door toedoen van de belastingdienst pas in april 2004 heeft plaatsgevonden.

De situatie waarover rechtbank Haarlem moest oordelen, zal in de praktijk geregeld voorkomen. Met name het lange wachten op de minnelijke taxatie door toedoen van de belastingdienst zal menig IB-ondernemer (en zijn accountant) bekend in de oren klinken.

In voorkomende gevallen kan dus een beroep gedaan worden op de goedkeuring van de staatssecretaris op grond van verschoonbare termijnoverschrijding. Deze goedkeuring is thans geregeld in het besluit van 28 december 2004, nr. CPP2004/633M (Lijfrenten in de winstsfeer), paragraaf 3.1.

Vind je vaste baan

Al 28 jaar is WR het Werving en Selectie bureau voor vaste banen.