Woningcorporaties en de EPBD

De nieuwe Europese richtlijn voor energieprestaties van gebouwen:

1. Achtergronden van deze richtlijn
De Europese Richtlijn energieprestatie van gebouwen moet leiden tot verbetering van de energieprestaties van de gebouwen in de Europese Gemeenschap. Nederland voldoet al aan een aanzienlijk deel van de richtlijn. De implementatie van de resterende onderdelen brengt hoge administratieve lasten met zich mee. Dit staat op gespannen voet met het streven van de Nederlandse regering om de administratieve lasten in deze kabinetsperiode met ten minste 25 procent te verminderen. Daarom heeft de ministerraad besloten om de richtlijnen niet op korte termijn in te voeren. Nederland onderzoekt hoe de verdere implementatie van de richtlijn gecombineerd kan worden met andere maatregelen ter stimulering van een betere energieprestatie van gebouwen. Nederland zal uiterlijk 1 januari 2009 voldoen aan alle verplichtingen van de richtlijn.

2. Wat staat er op hoofdlijnen te gebeuren?
De EPBD verplicht alle EU-landen tot vijf concrete activiteiten:

  1. het berekenen van de energieprestatie van gebouwen in alle EU-landen (waarbij rekening wordt gehouden met de plaatselijke klimaatomstandigheden);
  2. het vaststellen van minimumnormen voor energieprestaties door de lidstaten en toepassing daarvan bij nieuwbouw en bij de renovatie van grote gebouwen (meer dan 1.000 m2);
  3. het invoeren van een systeem van energiecertificaten voor gebouwen, waardoor energiegebruik beter inzichtelijk gemaakt kan worden voor eigenaars, huurders en gebruikers;
  4. het regelmatig inspecteren van verwarmingsketels en airconditioningsystemen boven een bepaald vermogen;
  5. het doen van haalbaarheidsstudies voor alternatieve systemen van energievoorziening.

3. Krijgen we een Nederlands model?
Elk land heeft een zekere mate van vrijheid om de EPBD-richtlijn te vertalen naar de eigen nationale situatie. De uitwerking van de richtlijn voor de Nederlandse situatie en daadwerkelijke implementatie in Nederland valt onder de beleidsverantwoordelijkheid van de minister van VROM. In grote lijnen is al aan te geven op welke wijze de implementatie zal plaatsvinden. Daarbij zijn twee randvoorwaarden te onderscheiden, namelijk het maximaal beperken van de kosten voor de overheid en burger en het voorkomen van complexe en niet-transparante regelgeving. Concreet betekent dit het zo veel mogelijk gebruiken van nu al bestaande wet- en regelgeving. Alleen waar het niet anders kan, worden aanpassingen voorgesteld.

4. De drie blokken voor woningcorporaties
De eisen uit de richtlijn zijn in de gebouwde omgeving in een aantal blokken te verdelen. Voor u als woningcorporatie zijn de volgende drie blokken van direct belang:

Blok 1: Energetische eisen en Energiecertificaat bij nieuwbouw
Dit blok heeft betrekking op de gehele nieuwbouw, wat in de komende jaren neerkomt op circa 60.000 à 70.000 woningen per jaar. Alle nieuwbouwwoningen dienen aan energetische eisen te voldoen en de eigenaren moeten in het bezit zijn van een Energiecertificaat. In de praktijk zal aan de energetische eisen voldaan gaan worden via de huidige Bouwbesluit-eisen, inclusief de eisen t.a.v. de EPC. Het verlenen van het Energiecertificaat wordt hieraan gekoppeld. Bij de aankoop van de woning zal op het moment van transactie een Energiecertificaat aanwezig moeten zijn. De geldigheid van dit Energiecertificaat is 10 jaar.

Blok 2: Energiecertificaat voor bestaande bouw
Op termijn is dit deel van invloed op de gehele bestaande bouw. Na een aanloopperiode komt dit uit op 400.000 à 500.000 woningen per jaar. Tijdens transactiemomenten, zowel bij de verkoop van woningen als bij huurmutaties, zal een Energiecertificaat beschikbaar moeten zijn.
Het Energiecertificaat wordt gebaseerd op de Energie-Index (EI), die als onderdeel van een EPA (Energie Prestatie Advies) wordt bepaald. Ook dit certificaat is 10 jaar geldig.

Blok 3: Keuringen van ketels en installaties
Dit blok kent verschillende subgroepen met verschillende eisen. Voor de praktijk van woningcorporaties zijn de volgende subgroepen van belang:
- Voor CV-ketels groter dan 20 kW, geldt een verplichte éénmalige keuring van de CV-ketel en CV-installatie als de ketel ouder is dan 15 jaar. Dit geldt zowel voor woningen met een individuele CV-ketel als voor CV-ketels ten behoeve van een collectief verwarmingssysteem.
- Voor CV-ketels groter dan 100 kW, geldt een verplichte periodieke keuring van de CV-ketel elke 4 jaar indien het een gasgestookte ketel betreft en elke 2 jaar als het een niet-gasgestookte ketel betreft. In de praktijk zal dit vooral collectieve verwarmingssystemen betreffen.

De overige twee blokken hebben betrekking op de energetische eisen bij ingrijpende renovaties en de haalbaarheidsstudies voor alternatieve systemen. Deze zijn door de vereiste gebouwgrootte van minimaal 1.000 m2 gebruiksoppervlak vrijwel alleen aan de orde voor utiliteitsgebouwen.
Naarmate de implementatie van de richtlijn in Nederland meer concreet wordt, zal SenterNovem u meer gedetailleerd informeren.

4. Valt er al wat te zeggen over het Energiecertificaat als strategisch instrument?
Het Energiecertificaat wordt qua vorm en inhoud afgeleid van het in ontwikkeling zijnde Woningenergielabel. Het Energiecertificaat krijgt voor alle gebouwen dezelfde opbouw en karakteristieken. Zoals het er nu naar uitziet, werkt het Energiecertificaat straks als een onafhankelijk ‘keurmerk’ dat door iedereen eigenaars, huurders en gebruikers – wordt (h)erkend. U hebt daarmee een middel in handen om energiezuinige woningen extra te profileren. Het voordeel voor de huurder is een groter inzicht in de kwaliteit van de woning, zodat hij kan afgaan op de onafhankelijke informatie die het certificaat hem biedt, met name waar het de – lagere – energiekosten van de woning aangaat.

Bij nieuwbouw is de EPC-berekening de basis; bij bestaande bouw wordt gerelateerd aan de Energie-Index uit EPA.

Vind je vaste baan

Al 28 jaar is WR het Werving en Selectie bureau voor vaste banen.