Balans - Deel 2

Eigen vermogen

Eigen vermogen = bezittingen – schulden
Uit de inventaris is af te lezen hoeveel geld eigenaar J. de Groot zelf in zijn zaak heeft zitten. Dit noemen we het eigen vermogen. Het eigen vermogen van J. de Groot bedraagt bezittingen € 405.000 minus schulden 250.000 = € 155.000.

Oefenopgave 1
Rijwielhandelaar B. Alblas heeft per 1 januari de volgende gegevens verzameld:
• Voorraad handelsgoederen € 12.800
• Kasgeld € 1.500
• Geldlening o/g € 10.000
• Postbank € 6.500
• Waarde winkelpand € 135.000
• Schuld aan leveranciers € 12.000
• Te vorderen van afnemers € 900
• Waarde inventaris € 16.500

Gevraagd:
a. Stel de inventaris samen van B. Alblas per 1 januari
b. Hoeveel bedraagt het eigen vermogen van B. Alblas op 1 januari?

Balans

De balans van J. de Groot uit voorbeeld 1 ziet er per 1 januari er als volgt uit:



De balans moet zowel aan de debetzijde als de creditzijde gelijk zijn. Balans in scrontovorm heeft een linker- en een rechterkant. 

De balans kan ook op een andere manier worden opgesteld:

Balans per 1 januari



Toelichting op de posten op de balans
In een balans kunnen we verschillende groepen van posten onderscheiden. Aan de debetzijde staan de bezittingen, ofwel de activa. De activa worden als volgt onderverdeeld:
- Vaste activa: langlopende bezittingen die langer dan een jaar meegaan..
- Vlottende activa: bezittingen die korter dan een jaar meegaan en worden omgezet in geld.
- Liquide activa of liquide middelen: Dit zijn gelden in kas of bank. Deze gelden behoren ook tot de vlottende activa. Deze worden meestal afzonderlijk genoemd en zijn direct opneembaar. Om te kijken wat de ondernemer met deze middelen doet, moet je op de debetzijde kijken.


Voor de schulden, oftewel de passiva, kijk je op de creditzijde en wordt verdeeld in:

Aan de creditzijde staan de schulden, of wel de passiva worden als volgt onderverdeeld:
- Eigen Vermogen: wat ondernemers in hun bedrijf stoppen. Dit is geen schuld, maar staat wel op de creditzijde. Eigenlijk is de eigenaar vermogensverschaffer. Naast het eigen vermogen, wordt er ook door anderen van buiten de onderneming vermogen verschaft: het vreemd vermogen.
- vreemd vermogen (schulden) op lange termijn: schulden die niet binnen een jaar terugbetaald hoeven te worden. In deze balans de hypotheek o/g.
- vreemd vermogen (schulden) op korte termijn: schulden die binnen een jaar terug betaald moeten worden. In deze balans de crediteuren en de bank.
De creditzijde van de balans laat zien hoe de ondernemer aan zijn geld is gekomen.

Op een balans in scrontovorm kunt u dus de volgende groepen onderscheiden.
balans
Vaste activa
Vlottende activa
Liquide middelen Eigen vermogen
Vreemd vermogen op lange termijn
Vreemd vermogen op korte termijn

Oefenopgave 2
In oefenopgave 1 hebt u de inventaris opgesteld van rijwielhandelaar B. Alblas per 1 januari en het eigen vermogen berekend. We herhalen hier de gegevens van oefenopgave 1.
Rijwielhandelaar B. Alblas heeft per 1 januari de volgende gegevens verzameld:
- voorraad handelsgoederen € 12.800,-
- kasgeld € 1.500,-
- geldlening o/g € 10.000,-
- Postbank € 6.500,-
- waarde winkelpand € 135.000,-
- schuld aan leveranciers € 12.000,-
- te vorderen van afnemers € 9.000,-
- waarde inventaris € 16.500,-

a. stel de balans samen van B. Alblas per 1 januari.

b. Welke balansposten behoren tot de vaste activa?

c. Welke balansposten behoren tot de vlottende activa?

d. Welke balansposten behoren tot de liquide middelen?

e. Welke balansposten behoren tot de schulden op lange termijn?

f. Welke balansposten behoren tot de schulden op korte termijn?

Een opmerking over de balanspost bank. Een bank kan zowel op de debetzijde als op de creditzijde voorkomen. Als de onderneming een banktegoed heeft, dan staat de post lening bank op de creditzijde. Als de onderneming met een bank een rekening- courantverhouding heeft, betekent dit dat het saldo van dag tot dag kan veranderen. Dit komt omdat met behulp van deze rekening-courant betalingen worden verricht of omdat anderen via deze rekening-courant aan de onderneming betalen. Een rekening-courantverhouding met een bank kan door bij- en afschrijvingen, stortingen en opnamens. Vergelijk dit met uw eigen bankrekening. U kunt een banktegoed hebben, maar ook “rood” staan.

Oefenopgave 3
Wijnhandelaar D. Pronk heeft de volgende gegevens verzameld per 31 december:
• In kas aanwezig € 380
• Tegoed op de Postbankrekening 1.200
• Er was nog geld verschuldigd wegens levering van goederen door Wijnimporta NV € 4.500 Fa. Ge Goekoop € 1.500 en Imporda NV € 2.000
• Te goed bij de bank € 4.000
• Goederenvoorraad: 200 literflessen Gironde witte wijn á € 6.5, 250 flessen rode wijn van hetzelfde merk á € 8.4, 400 flessen Bordeaux Superieur á € 12.50, 300 flessen Rijnwijnen á € 4.50 en 200 flessen Koblenzerwein á € 7.50.
• Geldlening o/g bij de kredietbank € 16.000.
• Er was nog te vorderen wegens levering van goederen op rekening van D. Brouwer € 500 van G. Zeiler € 1.500 van J. Smal € 700 eb van G. Dropper € 300.
• Het winkelpand werd getaxeerd op € 186.000.
• De hypotheekbank verstrekte een 7€ hypothecaire lening van € 116.000.
• De inventaris werd getaxeerd op € 24.000.

a. Stel de balans samen van D. Pronk per 31 december.
b. Welke balansposten behoren tot de vaste activa?
c. Welke balansposten behoren tot de vlottende activa?
d. Welke balansposten behoren tot de liquide middelen?
e. Welke balansposten behoren tot de schulden op lange termijn?
f. Welke balansposten behoren tot de schulden op korte termijn?


 

Vind je vaste baan

Al 28 jaar is WR het Werving en Selectie bureau voor vaste banen.