Balans - Deel 7

Oefenopgave 6
a. Noem twee kenmerken van een eenmanszaak.
b. Noem twee voordelen en twee nadelen van een eenmanszaak.
c. Welke zekerheid kan een verschaffer van vreemd vermogen bedingen als hij geld uitleent aan een eenmanszaak?
d. Noem drie oorzaken waardoor een eenmanszaak kan eindigen.
e. Noem twee kenmerken van de vennootschap onder firma.
f. Noem twee voordelen en twee nadelen van de vennootschap onder firma.
g. Omschrijf het begrip hoofdelijke aansprakelijkheid?
h. Bedenk drie manieren waarop een vennootschap onder firma kan ontstaan.
i. Welke problemen kunnen ontstaan als een vennoot bij de vennootschap onder firma wegvalt?
j. Wanneer beëindigt de rechtsvorm vennootschap onder firma?

Maatschap
De maatschap is een samenwerkingsvorm tussen twee of meer personen, de “maten”, die ieder iets inbrengen. Het voordeel dat hieruit voortvloeit wordt gedeeld. De inbreng kan arbeid, geld en goederen zijn.

Keuze voor de maatschapsvorm wordt grotendeels door vrije beroepsuitoefenaren, zoals artsen, accountants en therapeuten gekozen.

Er is geen wettelijke plicht om een akte op te stellen bij de oprichting van een maatschap. Wel is het verstandig om afspraken tussen de maten schriftelijk vast te leggen. Bij het opstellen van een maatschapakte kan een accountant of een juridisch adviseur behulpzaam zijn. Het is verstandig om deze akte bij de notaris vast te leggen.

De volgende afspraken kunnen voorkomen in een maatschapscontract;
• de inbreng van de maten
• de winstverdeling, De winst wordt verdeeld in verhouding tot de inbrengsten, behalve als er iets anders is vastgelegd in het maatschapscontract. Het is verboden te regelen dat de gehele winst aan een maat toekomt. Elk van de maten is bevoegd beheersdaden te verrichten, tenzij een andere regeling is overeengekomen. Daden van beheer zijn handelingen die tot de normale gang van zaken van de maatschap worden gerekend. Alle handelingen die hierbuiten vallen, kunnen alleen door de maten samen worden verricht.
• De maatshap is een rechtsvorm zonder rechtspersoonlijkheid, deze rechtsvorm hoeft niet in het handelsregister ingeschreven worden, reden hiervoor is dat de maatschap geen bedrijf uitoefent. De maatschap wordt immers gekozen door vrije beroepsbeoefenaren. In het handelsregister staan alleen bedrijven ingeschreven en geen beroepsbeoefenaren.

De maten kunnen namens de maatschap een overeenkomst sluiten, waarna alle maten aansprakelijk zijn voor gelijke delen. Als een maat onbevoegd handelt, zijn de andere maten in beginsel niet aansprakelijk. De onbevoegd handelende maat heeft in dat gevel slechts zichzelf gebonden.

Elke maat heeft een eigen vermogen, Bij de maatschap is er in principe geen sprake van een “afgescheiden vermogen” (een vermogen dat is afgescheiden van het privévermogen van de maten). Schuldeisers kunnen bij de individuele maten uitsluitend terecht voor gelijke delen. Schuldeisers van de maatschap hebben volgens de wet geen voorrang op privéschuldeisers.

De inkomstenbelasting wordt door iedere maat zelf over het eigen deel van de winst betaald. De belastingdienst ziet de maten als zelfstandige ondernemers. De maat heeft recht op een aantal belastingfaciliteiten zoals de ondernemings-, investeringsaftrek en de fiscale oudedagvoorziening.

Bij het overlijden of uittreden van een maat beëindigt de maatschap volgens de wetsbepalingen. Om het voortbestaan van de maatschap veilig te stellen, kunnen in het maatschapcontract regelingen worden opgenomen die het de overblijvende maten mogelijk maken de maatschap (al dan niet met een nieuwe maat) voort te zetten.


Faillissement en surseance van betaling

Surseance van betaling
Een organisatie die in financiële problemen komt, hoeft niet meteen failliet te gaan. Een organisatie kan een faillissement voorkomen door tijdig bij de rechter surseance van betaling aan te vragen. Surseance van betaling betekent uitstel van betaling. Als de rechter de surseance toestaat, krijgt de organisatie de tijd om haar financiën op orde te krijgen. De rechter benoemt een bewindvoerder die toezicht houdt op de financiële gang van zaken bij de organisatie. Tijdens de surseance van maximaal anderhalf jaar, kunnen de schuldeisers hun vordering niet opeisen. Zijn na de surseance de financiële problemen nog niet opgelost dan wordt alsnog het faillissement uitgesproken.

Faillissement wordt door twee of meer schuldeisers of door het openbaar ministerie aangevraagd, dit is het geval wanneer een organisatie haar schulden niet betaalt. De rechter moet het faillissement uitspreken en benoemt een curator. De curator houdt zich bezig met het afwikkelen van het faillissement.

Bij een faillissement is het van belang of de organisatie rechtspersoonlijkheid bezit. Als de organisatie geen rechtspersoonlijkheid bezit worden ook de privébezittingen van de eigenaren in het faillissement betrokken.

Oefenopgave 7
Kees de Graaf heeft een eenmanszaak. Het gaat echter erg slecht met de zaak.

a. Kan Kees de Graaf zichzelf failliet verklaren? Licht het antwoord toe.


b. Welke fase gaat meestal vooraf aan een faillissement?

c. Worden de privé bezittingen van Kees in het faillissement betrokken?

Oefenopgave 8
Leg kort uit wat verschil is tussen een natuurlijke persoon en een rechtspersoon.
Welke van de onderstaande organisatievormen is een rechtspersoon?

A. Eenmanszaak
B. Vennootschap onder firma
C. Besloten vennootschap
D. Maatschap

De eenvoudigste rechtsvorm is de eenmanszaak. Een eenmanszaak ….

A. heeft geen personeel in loondienst.
B. Bezit rechtspersoonlijkheid.
C. Heeft een eigenaar die alle zeggenschap heeft.
D. Heeft een eigenaar die het bestuur benoemt.

Een van de eisen voor de oprichting van een vennootschap onder firma is …..

A. een notariële akte.
B. Een inschrijving in het handelsregister.
C. Een verklaring van geen bezwaar van de minister van Economische zaken.
D. Toestemming van de gemeente.

Samenvatting

Op de balans worden de balansposten als volgt ingedeeld:

Balans
Vaste activa Eigen Vermogen
Vlottende activa Vreemd vermogen op lange termijn
Liquide middelen Vreemd vermogen op korte termijn

De posten op de balans geven de waarde van de onderneming / organisatie aan op een bepaald tijdstip.

Dubbel boekhouden:
1. Aantekenen van de veranderingen in de samenstelling van het eigen vermogen. Aan het einde van een periode: Bezittingen – schulden = eigen vermogen.
2. Aantekenen van de veranderingen in de grootte van het eigen vermogen.

Rechtsvorm: juridische vorm die een organisatie kiest:
• Ondernemingsvormen zonder rechtspersoonlijkheid:
- eenmanszaak
- vennootschap onder firma
- maatschap.
• Ondernemingsvormen met rechtspersoonlijkheid:
- besloten vennootschap
- naamloze vennootschap.

Bij de keuze van een rechtsvorm spelen de volgende factoren een rol:
• Continuïteit
• Financiering
• Juridische aansprakelijkheid
• Leiding, besluitvorming en zeggenschap.

Als een organisatie in financiële problemen komt, kan surseance van betaling aangevraagd worden. Als de financiële problemen niet opgelost worden kan een faillissement volgen.

Vind je vaste baan

Al 28 jaar is WR het Werving en Selectie bureau voor vaste banen.