BTW aangifte

BTW aangifte.

In Nederland wordt over de meeste transacties omzetbelasting (BTW) geheven. Of dit leveranties van goederen of diensten zijn, maakt niet zoveel uit. Wel is er sprake van diverse tarieven. Over het algemeen geldt er momenteel een standaardtarief van 19%. Tevens is er een 6% tarief en in sommige gevallen hoeft er geen belasting (zoals buitenland, BTW verlegd, margeregeling) doorberekend te worden.
Het systeem van de BTW komt er in het kort op neer dat de leverancier BTW over zijn totale omzet verschuldigd is, maar dat de BTW in rekening gebracht door toeleveranciers afgetrokken mag worden. In feite wordt dus BTW over de toegevoegde waarde betaald: dat is immers het verschil tussen de inkoopprijs en de verkoopprijs.

Voorbeelden van goederen / diensten met het 6%-tarief zijn:
• Voedingsmiddelen
• Water
• Agrarische producten
• Genees- & hulpmiddelen
• Media, cultuur, vermaak.
• Gas & minerale olie voor de tuinbouw
• Verhuur van boeken en dagbladen
• Het geven van gelegenheid tot sportbeoefening en baden
• Fiets- & schoenherstel plus het vermaken van kleding.
• Kamperen
• Kappers
Bovengenoemde opsomming is niet compleet, voor de rest wordt verwezen naar de site van de belastingdienst.

Voorbeelden van diensten met het 0%-tarief zijn:
• Gezondheid
• Geld en verzekeringen
• Cultuur, media, onderwijs
• Postverkeer
• Kansspelen
Ook hier geldt geldt: zie voor verdere informatie op de site. Ook bestaan er nog wat goederen met het 0%-tarief, maar deze zijn dusdanig specifiek, dat ze in dit kader niet genoemd zijn.

Buitenland: voor landen van de Europese Unie gelden andere regels dan voor de overige landen. In principe wordt bij transacties binnen de EU de BTW geheven in het land van aankomst van de goederen. Van goederen van buiten de EU is de invoer belast in het land van invoer. Bij de uitvoer geldt het 0%-tarief.
In de aangifte wordt onderscheid gemaakt tussen de in- & export van binnen en buiten de EG.
Denk er aan: indien een nota naar een ander EU land wordt gemaakt moet ALTIJD de BTW-identificatiecode van de klant worden vermeld. Anders is het niet toegestaan het 0%-tarief te hanteren.

BTW verlegd wordt elders behandeld.

Margeregeling: bij verkoop van GEBRUIKTE goederen, kunst, antiek of iets dergelijks, mag er voor gekozen worden om over de winstmarge BTW af te dragen. Dit is ter voorkoming van een dubbele BTW betaling, veroorzaakt doordat op de inkoop geen (aftrekbare) BTW in rekening is gebracht. Voor nadere informatie zie www.belastingdienst.nl

Tevens dient de BTW plichtige privégebruik aan te geven. Het bekendste voorbeeld is uiteraard de opgave van de in gebruik zijnde auto’s die ook privé worden gebruikt.

De aangifte zelf: deze dient maandelijks of per kwartaal te geschieden, uiteraard weer via de vaker genoemde site. Men dient zich in te loggen met een code die van de belastingdienst ontvangen is , tevens wordt er een wachtwoord gebruikt. Na controle van deze gegevens door het systeem kan men zien welke aangiftes nog gedaan moeten worden.

Hoe ziet het aangifte formulier er ongeveer uit?


Wat aanvullende opmerkingen:
1. Bij de punten 1a) & 1b) dient het te betalen bedrag opgegeven te worden. De daarbij behorende omzetten worden automatisch berekend.
2. Op de site wordt het formulier in parten getoond, dus stap voor stap moet er ingevuld worden
3. Na invulling moet men een digitale handtekening plaatsen. Deze is in principe gelijk aan het wachtwoord bij het inloggen.
4. Na het verzenden bestaat een mogelijkheid de aangifte digitaal op te slaan en uit te printen, het printje ziet er uit als hiervoor getoond voorbeeld.
5. Punt 1d) privé auto’s wordt over het algemeen eenmaal per jaar opgegeven (in december).
6. Punt 5d) kleine ondernemersregeling: zie site belastingdienst.

In bovengenoeemd voorbeeld dient dus € 169400 betaald te worden. Hoe zijn deze gegevens in de boekhouding verwerkt?

Bij het aanleggen van de stambestanden is aangegeven bij welke artikelen welk tarief hoort. Tevens is bij de debiteuren aangegeven of deze BTW-plichtig zijn. Bij het maken van de verkoopnota’s wordt dan automatisch bepaald welk BTW tarief geldt en de nota’s worden allemaal gekoppeld aan een BTW code. Bij het uitprinten van een BTW-specificatie kan per code (1a, 1b, enz..) gekeken worden welke nota’s waar geplaatst zijn. De totalen per punt moeten ook op het aangiftebiljet staan.

Tevens behoren bij deze BTW codes ook grootboekrekeningnummers. Aan het eind van de maand moet het saldo weggeboekt en daarna (op tijd !) betaald worden.

Stel het balansoverzicht aan het eind van augustus laat de volgende gegevens zien:

1500 af te dragen BTW hoog -285000
1510 af te dragen BTW laag - 600
1520 voorbelasting BTW hoog 115700
1530 voorbelasting BTW laag 500
1550 afdracht BTW 0

Saldo: -169400

1) BTW boeking eind maand: 1550 afdracht BTW 169400
1551 te betalen / ontvangen BTW 169400

2) Betaling bank: 1551 te betalen / ontvangen BTW 169400
1000 bank 169400

Let op: bij punt 5b) staat een saldo van € 120000. Op de grootboekrekeningen 1520 & 1530 samen een saldo van € 116200. Het verschil is te verklaren door punt 4b) ad € 3800. Punt 4b) heeft eigenlijk een signaleringsfunctie. Men moet de BTW opvoeren, maar ook meteen weer aftrekken.

PER KWARTAAL dient de belastingdienst geïnformeerd te worden over de leveringen binnen de EU. Op de site wordt deze aangifte automatisch aangegeven (na het inloggen met de reeds genoemde inlogcode). Per BTW nummer moeten de omzetten aangegeven worden. Deze dienen aan te sluiten met de aangiftes van de betreffende drie maanden (zie de punten 3b & 3c).
Noot: indien de aangifte omzetbelasting voor een fiscale eenheid geschiedt, dient bij de aangifte van de EU-leveringen het BTW-nummer van de exporterende BV separaat opgegeven te worden !!

Nog een zeer belangrijk punt: de controle van de aangegeven omzet met de verkooprubriek in het grootboek: 8000. De gefactureerde bedragen worden in principe altijd geboekt in rubriek 8000. Indien alles goed is gegaan moet het totaal van rubriek 8000 gelijk zijn aan de aangegeven omzet op het aangifteformulier. Maar ook hier geldt “uitzonderingen bevestigen de regel!” Deze uitzonderingen zijn onder andere:
• Gefactureerde kosten (bijvoorbeeld studiekosten van een oud-werknemer aan zijn nieuwe werkgever)
• Verkochte activa (bijvoorbeeld machines)
• Termijnnota’s. Deze opbrengsten komen immers in rubriek 1000 te staan. Een doorberekende termijn is als het ware een schuld aan de klant en moet van de onderhandenwerk waarde worden afgetrokken. Deze termijn worden pas omzet in de rubriek 8000 na de aflevering van het dan afgeboekte onderhanden werk.
De accountants- en de belastingdienstdienst kijken meestal naar de aansluiting tussen het grootboek en de aangegeven bedragen. Het is aan te bevelen deze aansluiting maandelijks te controleren en vast te leggen.

Voorbeeldje:



Tot zover wat wetenswaardigheden over de BTW-aangifte. Mochten er nog zaken onduidelijk zijn kan men op www.belastingdienst.nl kijken of de belastingtelefoon (0800-0543) bellen. Ook de fiscalist van het accountantskantoor kan van dienst zijn.


















Vind je vaste baan

Al 28 jaar is WR het Werving en Selectie bureau voor vaste banen.