Vennootschapsbelasting 2007

Werken aan (uw) winst?

Werken aan winst is noodzakelijk om ons fiscale vestigingsklimaat te verbeteren, zowel voor het MKB als het grootbedrijf. Dat is goed voor de Nederlandse economie, de werkgelegenheid en het innovatievermogen. Met deze woorden introduceert onze wetgever het wetsvoorstel “Werken aan winst”. In hoeverre heeft het wetsvoorstel in uw situatie het gewenste effect?

Het wetsvoorstel “Werken aan winst” voorziet in een aantal aantrekkelijke wijzigingen. Echter ook maatregelen, die de grondslag voor de belastingheffing verhogen. In het onderstaande zal ingegaan worden op de voorgestelde wijzigingen, zodat u kunt nagaan of ook aan uw winst wordt gewerkt.

Verlaging tarief vennootschapsbelasting

Het tarief van de vennootschapsbelasting is met ingang van 1 januari 2007 verlaagd tot 25,5%. Het huidige opstaptarief wordt voor winsten tot € 25.000 verlaagd van 25,5% tot 20%. Daarnaast wordt een nieuwe schijf ingevoerd met een tarief van 23,5% voor winsten tussen € 25.000 en € 60.000.

Winstvrijstelling voor ondernemers in de inkomstenbelasting

Ondernemers in de inkomstenbelasting krijgen te maken met een zogenoemde winstvrijstelling: een deel van hun winst wordt niet belast, te weten 10%.

Verlaging tarief dividendbelasting

Het tarief van de dividendbelasting is met ingang van 1 januari 2007 verlaagd van 25% naar 15%. Het tarief voor inkomen uit aanmerkelijk belang blijft ongewijzigd (25%.) Indien u dividend ontvangt van een vennootschap waarin u een aanmerkelijk belang heeft, zal bij de aangifte inkomstenbelasting een aanslag worden opgelegd van per saldo 10% over de dividenduitkering. Dit betekent dat u een nabetaling inkomstenbelasting krijgt, waarover de belastingdienst heffingsrente berekent. Gezien het feit dat de belastingdienst vanaf 2006 reeds gedurende het belastingjaar (vanaf 1 juli) heffingsrente gaat berekenen (momenteel 4%) kan het zinvol zijn een verzoek te doen tot het opleggen van een voorlopige aanslag.

Invoering van een groepsrentebox

Voorgesteld wordt een speciaal belastingtarief voor rente die per saldo binnen een concern wordt ontvangen. Het speciale tarief zal 5% gaan bedragen. Overigens zijn maatregelen voorgesteld die ertoe leiden dat het speciale tarief slechts effect heeft indien sprake is van groepsfinancieringsactiviteiten waarvoor eigen vermogen is aangewend.

Invoering van een royaltybox

Een vennootschap kan opteren voor de zogenaamde royaltybox. Winsten die zijn behaald met door de vennootschap ontwikkelde immateriële activa kunnen in deze royaltybox worden belast tegen een tarief van 10%, indien voor deze ontwikkelde immateriële activa een octrooi of buitenlands patent is verleend. De faciliteit wordt overigens gemaximeerd tot viermaal de voortbrengingskosten van de ontwikkelde immateriële activa.

Beperking verliesverrekening

De huidige mogelijkheden voor verliesverrekening zullen worden ingeperkt. De mogelijkheid verliezen met winsten van voorafgaande jaren te verrekenen wordt teruggebracht van drie jaar naar één jaar (behalve voor IB-ondernemers), terwijl de huidige onbeperkte mogelijkheid verliezen met toekomstige winsten te compenseren wordt beperkt tot negen jaar. Door deze wijzigingen bestaat de mogelijkheid dat uw te verrekenen verliezen verdampen. Om verdamping te voorkomen is het van belang dat, indien mogelijk, fiscale winst wordt gecreëerd.

Afschrijving onroerende zaken

De afschrijving op onroerende zaken die in de onderneming in eigen gebruik zijn, zal, globaal gezegd, worden toegestaan tot maximaal de helft van de WOZ-waarde, waarbij de waarde van opstal, de ondergrond en eventuele aangehorigheden samen worden geteld. Onroerende zaken die worden verhuurd mogen slechts worden afgeschreven tot de WOZ-waarde. Dit geldt voor zowel ondernemers in de inkomstenbelasting als voor ondernemingen in de vennootschapsbelasting.

De WOZ-waarde gaat een belangrijke rol spelen. Tijdig bezwaar tegen een eventuele te hoge WOZ-waarde is daarbij een aandachtspunt.

De beperking in de afschrijvingen op onroerende zaken leiden tot een forse verhoging van de grondslag waarover belasting wordt geheven. Gezocht zal worden naar andere mogelijkheden om de winst te verlagen. De voorziening groot onderhoud en de optimalisatie daarvan zal daarbij een rol kunnen spelen.
Afschrijvingstermijnen overige materiële vaste activa

De afschrijvingstermijnen van overige bedrijfsmiddelen worden eveneens wettelijk geregeld.

• Goodwill moet in (minimaal) tien jaren worden afgeschreven;
• Immateriële bedrijfsmiddelen mogen ineens worden afgeschreven, tenzij de royaltybox van toepassing is;
• Overige bedrijfsmiddelen moeten in (minimaal) vijf jaren worden afgeschreven.

Waardering onderhanden werk

Een van de wijzigingen die in bepaalde branches (bijvoorbeeld de bouw) een behoorlijk effect op de liquiditeit kan hebben betreft de waardering van het onderhanden werk. Conform het wetsvoorstel dient het aandeel in het constante deel van de algemene kosten voortaan ook in de waardering te worden opgenomen. Bovendien moet het onderhanden werk op balansdatum worden gewaardeerd naar rato van de voortgang van het onderhanden werk. Uitstel van winstneming tot oplevering van het werk is dus niet meer toegestaan. Wat wel mogelijk blijft, is het vormen van een reservering voor voorziene verliezen op het onderhanden werk. Deze wijziging in de waardering zal eenmalig een fors effect hebben op de belastbare winst in 2007 en hiermee dient bij het opleggen van de voorlopige aanslagen rekening te worden gehouden.

Vind je vaste baan

Al 28 jaar is WR het Werving en Selectie bureau voor vaste banen.