Heffingskortingen

Sinds 2001 kent de Wet op de inkomstenbelasting het systeem van heffingskortingen. De heffingskortingen zijn kortingen op de te betalen belasting, maar hebben niet alleen invloed op de te betalen inkomsten- en loonbelasting. De kortingen werken door naar de te betalen premies volksverzekeringen.

De heffingskortingen die de wetgever in 2001 in de inkomstenbelasting heeft ingevoerd zijn verwarrend. Om het gecompliceerder te maken worden de kortingen op de te betalen belasting door de wetgever ook nog gebruikt als politiek instrument.
Afhankelijk van de politieke kleur van de regerende partijen wordt er dan weer een korting voor milieuvriendelijke beleggingen, dan weer voor werkende ouders of het hebben van kinderen ingevoerd. Zo langzamerhand zijn er daardoor dertien verschillende heffingskortingen in het leven geroepen. Heffingskortingen zijn kortingen op te betalen belasting en premies volksverzekeringen. De term korting zegt het al: het betreft een korting op de belasting en premies die u moet betalen. Dit betekent dat u eerst de verschuldigde belasting en premies moet berekenen om daar vervolgens de toepasselijke heffingskortingen van af te trekken. Het is in eerste instantie belangrijk om te bekijken op welke heffingskortingen u recht hebt.
Het totale bedrag aan heffingskortingen waar iemand recht op heeft wordt de standaardheffingskorting genoemd. Het kan zijn dat iemand uiteindelijk toch niet de gehele standaardheffingskorting kan gebruiken. De korting kan namelijk niet hoger zijn dan de belastingen en premies volksverzekeringen die iemand, samen met de fiscale partner, verschuldigd is.
De huidige Wet inkomstenbelasting kent de volgende heffingskortingen: de algemene heffingskorting, arbeidskorting, combinatiekorting, aanvullende combinatiekorting, ouderschapsverlofkorting, alleenstaande-ouderkorting, aanvullende alleenstaande-ouderkorting, jonggehandicaptenkorting, ouderenkorting, alleenstaande ouderenkorting, levensloopverlofkorting, korting op maatschappelijke beleggingen, korting voor directe beleggingen in durfkapitaal en culturele beleggingen.

De heffingskortingen komen in de eerste instantie bij het berekenen van de loonbelasting/premies volksverzekeringen op het af te dragen bedrag in mindering. Echter niet alle heffingskortingen komen daarbij aan bod. De kortingen voor maatschappelijke beleggingen en voor beleggingen in durfkapitaal komen vanwege hun karakter niet voor bij lonen en uitkeringen. Het gaat daarbij immers om kortingen waar u recht op hebt omdat u bepaalde , te stimuleren beleggingen in box 3 hebt. Slechts als er box 3 inkomen is komen deze kortingen aan bod. Deze treft u daarom uitsluitend aan bij de inkomstenbelasting. Ook de (aanvullende) combinatiekorting, ouderschapsverlofkorting en (aanvullende) alleenstaande-ouderkorting komen niet bij de loonheffing aan de orde.
Deze laatste vijf kortingen zijn zodanig met het privéleven van personen verweven dat werkgevers of uitkeringsinstanties zich niet met deze kortingen bezig hoeven te houden. Deze heffingskortingen komen wel bij de inkomstenbelasting aan bod. Wel kan men een voorlopige teruggaaf vragen op basis van deze heffingskortingen.

Verdeling heffingskortingen
De heffingskortingen worden als volgt over inkomsten-/loonbelasting en premieheffing verdeeld. In de eerste schijf, met een maximuminkomen van € 17.579 (cijfers 2008), bedraagt het premiepercentage voor de AOW in 2008 17.9%, de ANW 1.1% en de AWBZ 12.15%. Het loon-/ inkomenstenbelastingpercentage in de eerste schijf bedraagt 2.45%. de totale heffing in de eerste schijf bedraagt hierdoor 33.6%. In de tweede schijf, dit betreft het inkomen tussen € 17.579 en 5 31.589, zijn de premies voor de volksverzekeringen hetzelfde, maar bedraagt de loon-/ inkomstenbelasting 10.7%. De totale belasting/premiedruk bedraagt in de tweede schijf dus 41.85%.
Vertaald naar de heffingskortingen betekent dit dat er in de eerste schijf bijvoorbeeld met betrekking tot de algemene heffingskorting (€ 2.074) 1.1%/33.6% maal € 2.074 is € 68 betrekking heeft op het ANW-deel van de korting.
Het AOW-deel is dan 17.9%/33.6% maal € 2.074 (€ 1.105), het AWBZ-deel 12.15% / 33.6% maal € 2.074 (€ 750) en slechts 2.45% / 33.6% maal € 2.074 (€ 151) heeft betrekking op de loon-/inkomstenbelasting.
In de gevallen waar de korting voor de inkomsten-/loonbelasting verrekend kan worden, heeft de wetgever geen regeling getroffen om de niet-verrekenbare heffingskorting met verschuldigde premies volksverzekeringen te verrekenen. Andersom is dat wel geregeld. In het geval dat iemand een premiedeel van de heffingskorting niet met verschuldigde premie kan verrekenen, mag het restant van het premiedeel met eventueel verschuldigde belasting verrekend worden.

Buitenlands belastingplichtigen
Omdat de heffingskortingen uit een belasting- en een premiedeel bestaan zullen buitenlands belastingplichtigen over het algemeen een lagere heffingskorting krijgen dan binnenlands belastingplichtigen. Buitenlands belastingplichtigen zijn meestal niet verzekerd voor de Nederlandse sociale zekerheidswet, zodat zij ook het premiedeel van de heffingskortingen niet zullen krijgen. Uit het vorenstaande blijkt dat deze niet-premieplichtigen, die recht hebben op de algemene heffingskorting, slechts een heffingskorting van € 151 krijgen (2.45% / 33.6% maal € 2.074). Doordat er in de eerste twee schijven beduidend meer premies volksverzekeringen, dan belastingen geheven worden is dat effect duidelijk merkbaar.
Voor sommige buitenlands belastingplichtigen bestaat er wel een geheel of gedeeltelijk recht op het premiedeel van de heffingskortingen, bijvoorbeeld als er sprake is van vrijwillige verzekering voor de volksverzekeringen. Het loont de moeite om dat uit te zoeken als een dergelijk situatie zich voordoet, omdat met name het premiedeel van de heffingskortingen soms best op kan lopen.

Vind je vaste baan

Al 28 jaar is WR het Werving en Selectie bureau voor vaste banen.