Goederenhandel

3.1 Prijzen in de handel


* Inkoopprijs
De inkoopprijs is het bedrag dat betaald wordt voor een partij goederen aan een leverancier. In de handel wordt deze partij vrijwel altijd doorverkocht en geleverd aan een derde persoon, de afnemer. Bij deze doorlevering speelt het begrip winst een belangrijke rol. De handelaar moet naast zijn kosten ook nog wat verdienen wanneer hij een product verkoopt. Hiervoor wordt dan vaak een winstpercentage vastgesteld welke wordt uitgedrukt in % van de inkoop- of verkoopprijs.

*Kostprijs
De kostprijs van een aantal goederen is de inkoopprijs plus alle kosten die gemaakt zijn voor de inkoop en opslag van de goederen tot het moment van verkoop, dus excl. verkoopkosten.

Een handelaar kan zijn kosten verdelen in directe en indirecte kosten:
- Directe kosten: kosten die per partij rechtstreeks aanwijsbaar zijn en per partij bepaald kunnen worden.
- Indirecte kosten: deze kosten kunnen niet rechtstreeks aanwijsbaar worden en niet per partij bepaald zijn.

Uiteraard moeten de verkoopkosten ook nog toegevoegd worden aan de kostprijs. Dit wordt vaak uitgedrukt in een percentage van de inkoop- of verkoopprijs. Uitgaande van bovenstaande informatie ziet het er schematisch als volgt uit.

Inkoopprijs + Verkoopprijs = Kostprijs
Kostprijs + Verkoopkosten + Nettowinst = Verkoopprijs

*Verkoopprijs
De prijs waarvoor we het product gaan verkopen wordt bepaald door de inkoopprijs te verhogen met een brutowinstpercentage of via opslagpercentages.

3.2 Omzetbelasting


Het begrip omzetbelasting is in de praktijk beter bekend als btw. Dit is een afkorting voor belasting over de toegevoegde waarde.
De toegevoegde waarde is het verschil tussen de verkoopprijs en de prijzen van de ingekochte goederen of diensten, beide excl. omzetbelasting. Over dit bedrag wordt er omzetbelasting geheven.

Omzetbelasting is een verbruikersbelasting die geheven wordt bij aanschaf van alle mogelijke goederen en diensten. De consument betaald deze belasting, waarna de leverancier die omzetbelasting aan de fiscus af moet dragen.

Op dit moment gelden er drie tarieven:
- Het algemeen tarief 19%
Dit geldt voor de meeste goederen en diensten.
- Het verlaagd tarief 6%
Dit geldt voor de goederen en diensten die tot de noodzakelijke levensbehoeften worden gerekend.
- Het nultarief 0%
Wordt toegepast in het international goederen- en dienstenverkeer.

Hetgeen aan omzetbelasting wat de ondernemer uiteindelijk dient af te dragen berekenen we volgens onderstaande schema:

Te vorderen omzetbelasting - Verschuldigde omzetbelasting = Af te dragen omzetbelasting


3.3 De factuur


Bij het verhandelen van goederen tussen koper en verkoper wordt er een overeenkomst gesloten, waarin de voorwaarden van deze transactie worden vastgesteld. Deze overeenkomst is niet alleen bedoeld als bezegeling van de transactie, maar ook om problemen achteraf te voorkomen.

Voor de afwikkeling van een dergelijke transactie, verzend de verkoper een factuur aan de koper. Op een factuur moeten altijd een aantal punten worden vermeld, zoals de hoeveelheid, prijs en kwaliteit van de goederen. Deze zijn punten zijn ook altijd terug te vinden in de koopovereenkomst.
Op de factuur staat ook altijd vermeld, of dat er korting gegeven worden op gewicht en/of prijs en eventueel bijkomende kosten.



3.4 Bijkomende kosten


Als door de verkoper bepaalde kosten worden betaald, die voor rekening van de koper zijn, worden deze afzonderlijk op de factuur vermeld. In sommige gevallen gebeurd dit voor de berekening van omzetbelasting, namelijk als deze kosten ook belast zijn. Indien deze kosten niet belast zijn gebeurd dit na de berekening.





3.5 Schema van een factuur


Brutogewicht                                                           a kg
Af: Extratarra x % van a kg …..............................................=
                                                                                   b kg
Af: Tarra x % van b kg ….....................................................=
                                                                                   c kg
Af: Rafactie x % van c kg …...............................................=
Netto                                                                         d kg á € … per kg = € e
Af: Rabat x % van € e ……..                                                                   ....................=
                                                                                                                       € f
Af: Contant x % van € f ……..                                                                 ....................=
                                                                                                                       € g
Bij: Diverse kosten (btw belast) € ……..                                             ....................=
                                                                                                                       € h
Bij: Omzetbelasting x % van h € ……..                                                 ...................=
                                                                                                                       € i
Bij: Statiegeld emballage € ……..
Bij: Kosten (btw vrij) € ……..                                                                   ................... =      Eindbedrag van de factuur                                                                        € k

Vind je vaste baan

Al 28 jaar is WR het Werving en Selectie bureau voor vaste banen.