Globaliseren

De benamingen mondialisering en globalisering worden in het Nederlands gebruikt (zie "notitie" onderaan deze paragraaf) voor het beschrijven van een voortdurend proces van wereldwijde economische, politieke en culturele integratie, met als centraal kenmerk een wereldwijde arbeidsdeling, waarbij productielijnen over de wereld worden gespreid die gedreven worden door de informatie- en communicatietechnologie en door internationale handel. Mondialisering wordt mogelijk gemaakt door ontwikkelingen op het gebied van vervoer en telecommunicatie. Ze kenmerkt zich verder door verregaande schaalvergroting, het ontstaan van een wereldwijd kapitalisme en de verspreiding van een consumentencultuur.

De term globalization (mondialisering) wordt vaak toegeschreven aan Theodore Levitt, die het begrip in 1983 hanteerde in het tijdschrift Harvard Business Review. Hij beschreef mondialisering als: "de veranderingen in sociale gedragspatronen en technologie die bedrijven in staat stellen om hetzelfde product over de hele wereld te verkopen". Volgens een artikel in de New York Times was de term globalization al ruim voor het artikel van Levitt in omloop, in ieder geval vanaf 1944. Onder economen was de term reeds in 1981 in gebruik. Desondanks kan Levitt wel verantwoordelijk worden gehouden voor de verregaande popularisering van de term.
Notitie: het vaakgehoorde synoniem globalisering wordt als een anglicisme beschouwd. De redenering is dat het woord globaal in het Nederlands niet de betekenis 'wereldwijd' heeft die het Engelse global in de term globalization wel heeft. Het Nederlandse mondiaal betekent wel 'wereldwijd'.

Mondialisering kan gezien worden als:
een proces; het mondiaal dichter bij elkaar komen van verschillende maatschappijen, culturen en economieën.
een tijdvak; de periode sinds het loslaten van de goudstandaard door Richard Nixon begin jaren zeventig.
Aan het einde van de 20e eeuw en het begin van de 21e eeuw vindt een toenemende mondialisering plaats. Soms wordt gesteld dat dit geen nieuw verschijnsel is, aangezien het volume van de wereldhandel aan het begin van de twintigste eeuw een hoogtepunt kende dat pas aan het eind van de eeuw opnieuw bereikt werd; hiertegen kan worden ingebracht dat de verspreiding van productielijnen een recente ontwikkeling is.

Door mondialisering neemt de handel tussen alle landen in de wereld toe. Ook heeft mondialisering gezorgd voor bevordering van de internationale arbeidsverdeling.

Transport wordt steeds goedkoper en beter geïntegreerd. Zo is met de invoering van het containervervoer de wereldwijde transportsector ingrijpend veranderd. Ook het personenvervoer is veel meer geïntegreerd dan voorheen.

Regels en beleid tussen landen worden zo op elkaar afgestemd dat het voeren van handel makkelijker wordt. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het opheffen van als belemmerend ervaren barrières zoals tarieven op import en andere constructies in de douanewetgeving. Landen met grote markten zetten in onderhandelingen andere landen of "economische gemeenschappen" onder druk om hun markten open te stellen voor producten die in dat grote land zijn gemaakt. Soms wordt hierop gereageerd met beschermingsmaatregelen zoals anti-dumpingrechten. Overigens bestaat ongeveer 50% van wat "wereldhandel" genoemd wordt uit transacties binnen multinationals. Wanneer bijvoorbeeld Philips onderdelen naar China laat verschepen, er hier televisietoestellen van laat maken en daarna deze tv's terug laat sturen naar Nederland, dan wordt dit allemaal tot de wereldhandel gerekend, ofschoon al deze transacties van begin tot eind gepland zijn.

Sommige landen presteren naar economische maatstaven beter dan andere. Net als in communicerende vaten, stroomt het geld in een gemondialiseerde economie steeds naar die plekken waar het geld het beste rendeert. Hierbij kan het gaan om bijvoorbeeld voor kapitaalbeheerders interessante investeringen in aandelen, of gunstige rentestanden in bepaalde landen en investeringen in bijvoorbeeld gebouwen in landen waar economische groei de trend is.

Als er meer van een bepaald product gemaakt wordt dan zullen de productiekosten van dat product lager zijn. Een stoffer en blik voor één euro in de winkel vinden, kan alleen als deze en masse gemaakt worden. Als een bedrijf het land waar deze geproduceerd worden een te kleine markt vindt, kan het besluiten andere afzetmarkten te zoeken.
De mogelijke voordelen in het doelgebied refereren aan het volgende: als men een product meer functies geeft (economisch of scope) of als men een product met andere producten laat samengaan, dan ontstaan er nieuwe markten. Er is een grote kans dat je meer producten zult verkopen. Denk bijvoorbeeld aan Douwe Egberts en Philips met Senseo, of Krups en Heineken met de Beer Tender, telefoons met camera en all-in-one printers/faxen/copiers. Dit soort economische voordelen kan onder meer bereikt worden door (strategische) allianties, bedrijfsovernames, "organische groei" en acquisitie.

Economen zeggen dat in een wereld zonder bovengenoemde zogeheten schaalvoordelen en waarbij een land alles goedkoper kan maken dan de rest van de wereld, het nog steeds voordelig is om de productie over de wereld te verdelen. Dit komt doordat ieder land een comparatief voordeel zou hebben in een bepaald goed.

Internet, telefoon, faxen en andere communicatiemiddelen zijn ontwikkelingen die de wereld "kleiner maken". Het zijn ook goedkope middelen geworden. Door middel van deze technieken is het heel eenvoudig geworden om fabrieken en bijvoorbeeld productiecijfers te volgen vanaf de andere kant van de wereld, nieuwe ideeën op te pikken en te delen op het internet, enzovoort.
Mondialisering bevordert daardoor de groei van de economie wereldwijd. Echter door onder andere het verschil in economische stand van verschillende landen komt het voor dat mondialisering leidt tot inefficiënt gebruik van grondstoffen (bijvoorbeeld een exorbitante hoeveelheid energie die nodig is om goederen die zijn geproduceerd in landen waar de lonen laag zijn, over de wereld te transporteren).

Mondialisering wordt ook in verband gebracht met het afslijten van de nationale grenzen doordat in grote gebieden van de wereld wetgeving en vrij verkeer van kapitaal, goederen en diensten op elkaar worden afgestemd. In het verlengde hiervan zien veel auteurs een afslijting van de soevereiniteit van natiestaten. Over de mate waarin dit gebeurt, de nieuwe aard van soevereiniteit en de waardering voor dit verschijnsel lopen de meningen uiteen.
Zeker is dat steeds meer soevereiniteit wordt overgedragen aan supranationale organisaties. Voorbeeld is de Europese Unie die haar lidstaten bindt aan verdragen. Ook landen die niet bij de EU horen, passen uit economische en handelsoverwegingen hun wetgeving aan de EU aan. Eenzelfde proces is gaande tussen verschillende landen in Noord- en Zuid-Amerika en in Azië.

Mondialisering wordt door critici, anti-globalisten of anders-globalisten, geassocieerd met neokolonialisme van het Westen. Volgens hen houden de vroegere westerse koloniale mogendheden nu met economische middelen de wereld in hun greep zoals vroeger met militaire middelen. Ook wordt het Westen verweten dat men aan cultureel imperialisme doet onder het mom van mondialisering: de wereld wordt steeds sneller omgevormd naar het westerse model. Overal draagt men dezelfde westerse kleding, kijkt men naar westerse media, eet men westers voedsel en onderwijst men westerse waarden als emancipatie, democratie en kapitalisme. Hierdoor verdwijnen in steeds sneller tempo traditionele patriarchale en autoritaire maatschappijvormen. Dit wordt als een verarming gezien. Sommige pro-mondialisten vinden deze houding paternalistisch en stellen dat het de vrijwillige keuze van de bevolking in niet-Westerse landen moet zijn om Westerse cultuur wel of niet over te nemen.

Vind je vaste baan

Al 28 jaar is WR het Werving en Selectie bureau voor vaste banen.