Zelfregulering

 Zelfregulering houdt in dat maatschappelijke partijen in bepaalde mate zelf verantwoordelijkheid nemen voor het opstellen en/of uitvoeren en/of handhaven van regels, indien nodig binnen een wettelijk kader. Er is sprake van zelfregulering, indien een regeling voor een bepaalde sector of beroepsgroep behoren. Bij zelfregulering staat veelal consumentenbescherming voorop. 

Zelfregulering kan met succes worden toegepast bij het oplossen dan wel voorkomen van problemen voortkomend uit o.a. informatieasymmetrie, het internaliseren van externe effecten en voortkomend uit paternalistische motieven. Ook wordt zelfregulering als aanvulling op overheidsregulering gebruikt om de gewone transactiekosten van het economische verkeer te verlagen in de contractuele en de na-contractuele fasen.

Om zelfregulering te kunnen toepassen moet de branche voldoen aan een drietal randvoorwaarden:
• Er moet een bepaald niveau van kennis aanwezig zijn binnen de sector.
• Er moet draagvlak zijn binnen de sector.
• De organisatiegraad van de betrokken branche/beroepsgroep moet ‘voldoende’ zijn.

Daarnaast kan een stimulerende rol van de overheid wenselijk en soms noodzakelijk zijn. Tevens moet de overheid ervoor waken dat er onnodig hoge toetredingsbarrières ontstaan, waardoor de marktwerking verstoord wordt. Voorts is metatoezicht door de overheid cruciaal als er publieke belangen in het geding zijn.

Maatschappelijke druk speelt een belangrijke en een steeds belangrijker wordende rol bij de totstandkoming van zelfregulering.

Er zijn vele instanties die bedrijven, brancheorganisaties en beleidsmakers kunnen begeleiden in het proces van zelfregulering. Het in de bronvermelding genoemde rapport reikt de handvatten aan aan de branches en de beleidsmakers zodat zij de weg kunnen vinden naar de juiste instanties.

In het onderzoek dat ten grondslag ligt aan het in de bronvermelding genoemde rapport zijn 22 verschillende
verschijningsvormen van zelfregulering gevonden. Deze zijn (vanuit de optiek van de gebruikers) in te delen in een zestal clusters:

1. techniekgerichte instrumenten:
• Normalisatie
• Nederlandse Technische Afspraak
• Regulering door techniek
2. gedragsgerichte instrumenten:
• Gedragscode (Bijvoorbeeld Tabaksblat)
• Reclamecode
• Protocol
• Herenakkoord
• Convenant
• Kartel
3. informerende instrumenten:
• Keurmerk
• Certificatie
• Erkenningsregeling
• Ketengarantiestelsel
• Visitatie
4. contractuele instrumenten:
• Algemene Voorwaarden Overleg (SER)
• Standaardregeling
5. geschilbeslechtende instrumenten:
• Arbitrage
• Bindend advies
• Mediation
• Private ombudsman
• Tuchtrecht
6. publiekrechtelijke beroepsorganisaties

Bron: www.marktordening.nl (zie ook voor volledige tekst “Rapport Zelfdoen”, onderzoek in opdracht van het ministerie van EZ, april 2003)

Vind je vaste baan

Al 28 jaar is WR het Werving en Selectie bureau voor vaste banen.