Omzetting BPM-teruggaafregeling in BPM-vrijstellingsregeling in 2007

Voor ondernemers die een bestelauto kopen wordt de BPM-teruggaafregeling omgezet in een BPM-vrijstelling. Ook de teruggaafregeling voor particulieren verandert.

De BPM-vrijstelling is van toepassing als het kenteken van een bestelauto bij eerste registratie op naam wordt gesteld van een ondernemer in de zin van de omzetbelasting. Hij moet die auto wel ‘meer dan bijkomstig’ voor zijn bedrijf gaan gebruiken.In de koopprijs is in dat geval geen BPM-component meer begrepen. Het verlaagde MRB-tarief zal automatisch worden toegepast. Voldoet de ondernemer voor een bestelauto niet of niet langer aan de voorwaarden, dan moet hij dit zelf melden bij de Belastingdienst. Het normale MRB-tarief wordt dan weer van toepassing. Gebeurt dit binnen 5 jaar na ingebruikneming van de bestelauto, dan moet de ondernemer bovendien aangifte doen van de (resterende) BPM, die hij dan ook direct moet voldoen. Dat hoeft niet als de auto bijvoorbeeld wordt verkocht aan een andere ondernemer, of sprake is van export, sloop of diefstal van de bestelauto.

Bij invoer uit het buitenland kunnen ondernemers volstaan met het opgeven bij de kentekenaanvraag van het door de douane goedgekeurde bruto BPM-bedrag.

Kopers die niet in aanmerking komen voor de vrijstelling, moeten zelf de BPM rechtstreeks aangeven aan de Belastingdienst. Zij moeten de BPM rechtstreeks aan de Belastingdienst betalen binnen een maand na de tenaamstelling. Voor gehandicapten blijft de teruggaafregeling gelden. Het wordt voor hen wel mogelijk om de BPM-teruggaaf verrekenen met de te betalen BPM als zij daarom verzoeken in hun BPM-aangifte. Daardoor kunnen zij voorkomen dat zij de BPM tijdelijk moeten financieren.

De bijtelling voor het privégebruik van een auto blijft gebaseerd op de catalogusprijs inclusief omzetbelasting en inclusief de al dan niet vrijgestelde of teruggegeven BPM. Voor auto’s die zijn geregistreerd vanaf 1 juli 2006 geldt de aangepaste accessoireregeling. Deze regeling houdt in dat de door de dealer vóór de registratie aangebrachte accessoires niet hoeven te worden meegenomen in de grondslag voor de BPM. Ook voor de autokostenfictie blijven deze accessoires buiten de grondslag. Voor kentekens die zijn geregistreerd vóór 1 juli 2006 blijft de autokostenfictie gebaseerd op de oorspronkelijke catalogusprijs inclusief accessoires.

Vind je vaste baan

Al 28 jaar is WR het Werving en Selectie bureau voor vaste banen.