Toelichting opgave

Inleiding

Alhoewel het principe van consolidatie vrij gemakkelijk is te begrijpen, vraagt de uitwerking dikwijls in de praktijk alle aandacht om de consolidatie tot een goed einde te brengen. Van consolidatie is sprake indien een onderneming de zeggenschap heeft over een andere onderneming of zelfs over meerdere ondernemingen.

Hierbij zullen we overigens straks eerst moeten definiëren wanneer er sprake is van zeggenschap. De zeggenschap behoeft niet te betekenen dat er sprake is van volle eigendom; er kunnen best nog andere eigenaren zijn maar die hebben in voorkomend geval dan geen zeggenschap in die zin dat zij het reilen en zeilen van de onderneming kunnen beheersen.

Indien er sprake is van voldoende zeggenschap dan moet worden geconsolideerd. Het is niet zo dat consolidatie vrijblijvend is. In principe houdt consolidatie dan in dat balans en resultatenrekening worden ingevoegd in de balans en resultatenrekening van de onderneming die de zeggenschap kan uitoefenen.

Dit is veelal gemakkelijker gezegd dan gedaan. De ingevoegde onderneming behoeft immers niet in dezelfde branche werkzaam te zijn zodat de “hoofden” in balans en resultatenrekening niet (geheel) op elkaar aansluiten. Daarnaast zijn er, afhankelijk van de mate van zeggenschap verschillende methoden van consolidatie.

Het grootste probleem bij consolidatie zit echter in de verwerking van onderlinge verhoudingen tussen de ondernemingen. Deze onderlinge verhoudingen zullen geëlimineerd moeten worden. Het kan immers niet zo zijn indien onderneming A levert aan onderneming B terwijl A de volledige eigenaar is van B dat bij consolidatie de omzet van A (welke dus voor een gedeelte bestaat uit leveringen aan B) zonder enige correctie wordt opgeteld bij de omzet van B.

Evenzeer is een vordering van A op B welke, als het beetje kloppen wil, bij B als schuld aan A in de boeken staat bij de overige debiteuren en crediteuren (beide derden) wordt opgeteld. Dit zijn nog maar enkele, meer eenvoudige, voorbeelden van eliminaties.

Volledige zeggenschap en eigendom
In geval van volledige zeggenschap en eigendom is er sprake van een 100% deelneming. Stel onze onderneming A (deze wordt de “moeder” genoemd) is 100% eigenaar van onderneming 13(deze noemt men dan de “dochter”). Laten we eerst eens kijken naar de balansen van beide ondernemingen.

Toelichting opgave

We hebben het nog even simpel gehouden. Onderneming A bezit alle aandelen van onderneming II. A heeft per ultimo 2005 de waarde van onderneming B op haar balans opgenomen voor het totale eigen vermogen van B, ongeacht onder welke noemer dit eigen vermogen op de balans werd opgenomen. Reserves en Saldo winst (van B) zijn derhalve opgeteld bij het Aandelenkapitaal (van 13) en de waarde van de Deelneming is bij A derhalve opgenomen voor 125.000. Verder geven we nog dat op de balans van A onder de post Debiteuren een bedrag van 10.000 is opgenomen voor leveranties van A aan B.

Om de eliminaties op een beetje overzichtelijke manier te verwerken wordt gebruik gemaakt van een “werkblad”. Dit zal er als volgt uitzien:

Toelichting opgave

U ziet dat we met het werken middels een werkblad een overzichtelijk geheel hebben gemaakt. De eliminatieposten worden als journaalposten verwerkt om fouten zo veel mogelijk uit te sluiten. Het werkblad kan nog iets kleiner gemaakt worden door het onderscheid tussen debet- en creditkolommen te laten vervallen. Het komt er dan als volgt uit te zien:

Toelichting opgave

Het bovenstaande voorbeeld is zodanig gekozen dat de moeder, onderneming A, als waarde voor de dochter, onderneming 8, op haar balans het totale eigen vermogen opvoerde. Dit behoeft echter niet altijd het geval te zijn.
De moeder kan er ook voor kiezen op de balans op te nemen het bedrag dat destijds voor de dochter is

betaald, verhoogt met het door de dochter gedeclareerde dividend. Stel de moeder heeft destijds voor de dochter een bedrag betaal van 103.000 (dit bedrag zal vermoedelijk destijds minstens de waarde van het totale eigen vermogen van de dochter zijn geweest; het is immers niet voor te stellen dat de verkoper voor een lager bedrag heeft verkocht).

De dochter heeft over 2005 een dividend gedeclareerd van 5%. De waarde voor de moeder wordt dan:
103.000 + 5% van 100.000 (dividend wordt altijd uitgedrukt in een % van de nominale waarde van het aandelenkapitaal)= 108.000.

Onderstaand geven we de, aangepaste balans van A ingevuld in het werkblad. Het is duidelijk dat bij de veranderde waardering voor de dochter het resultaat van de moeder moet worden aangepast. Ook gaan we er van uit dat het gedeclareerde dividend in de balans van de dochter is verwerkt (we zien eenvoudigheidshalve even af van dividendbelasting).

Toelichting opgave

Dit voorbeeld is in zoverre niet rechtstreeks te vergelijken met het voorgaande omdat in het eerste voorbeeld onderneming A de correctie van aankoopwaarde naar totale eigen vermogen van onderneming B in haar resultaat heeft laten vloeien.

In het tweede voorbeeld is dit uiteraard maar het verschil van 5.000 (het gedeklareerde dividend). Het eerste voorbeeld is ook minder realistisch want bedenk dat onderneming A de volle correctie van onderneming B waarin opgenomen de reserves van onderneming B nooit als winst kan uitkeren. Zij ontvangt immers die reserves van onderneming B ook niet in de vorm van dividend.

Ook in de resultatenrekening zal soms het een en ander moeten worden gecorrigeerd. Denk b.v. aan onderlinge leveranties met verschil tussen inkoop- en verkoopprijzen. We geven eerst de resultatenrekeningen van A en B zonder correcties (de zgn. enkelvoudige resultatenrekeningen).

Toelichting opgave

Gegeven is voorts dat de moeder aan de dochter goederen heeft verkocht voor 85.000; de inkoopprijs voor de moeder bedroeg 78.000.

Toelichting opgave

Het gezamenlijke resultaat van 23.000 wordt enerzijds verlaagd met de winst ad 7.000(bij A) door de leverantie van A naar B, en anderzijds door het bij A opgenomen gedeclareerde dividend van B van 5.000; derhalve in totaal 12.000 en komt dan dus uit op 11.000 winst als concern.

U kunt zich voorstellen dat via een debiteuren- en crediteurenadministratie “uitgepeuterd” moet worden welke leveranties voor welke prijzen (met de daarbij behorende inkoopprijzen) onderling geleverd zijn. Het grootste probleem van de eliminatieposten is derhalve de vraag of we alle eliminaties boven water kunnen krijgen. Vooral indien er een intensief verkeer tussen moeder en dochter is voor wat betreft leveranties e.d. is dit geen sinecure.

Niet volledige eigendom
Waar wij er tot nu toe, bij een 100% deelneming, nog betrekkelijk eenvoudig vanaf kwamen, wordt het nu eerst echt ingewikkeld. Stel onderneming A (onze moeder) bezit 80% van onderneming B(onze dochter). Hoe nu te handelen hij consolidatie. Hiervoor zijn een tweetal mogelijke oplossingen:

• proportionele consolidatie kort gezegd alles van onderneming B wordt teruggebracht naar 80%
• volledige consolidatie met een minderheidsbelang van 20%

Deze laatste methode wordt in de praktijk het meeste toegepast.

Daarnaast lopen we nog tegen een ander bijzonder probleem aan, nJ. de uitschakeling van de zgn. intercompany-winsten van per balansdatum nog aanwezige goederen. Stel onderneming A heeft aan onderneming B goederen geleverd ter waarde van 20.000 welke goederen per balansdatum nog aanwezig zijn bij onderneming B (de inkoopprijs voor A bedroeg 15.000).

Er bestaan in theorie een drietal mogelijke oplossingen:
• de eenheidstheorie welke stelt dat er binnen een concern (A + II) geen winst kan ontstaan door louter verplaatsing van goederen van A naar B; derhalve komt voor eliminatie in aanmerking 5.000.
• de belangentheorie welke stelt dat van het bij A geboekte resultaat van 5.000 als het ware 1.000 (20%) verkocht is aan derden; derhalve behoeft slechts 4.000 te worden gecorrigeerd.
• de Boedekertheorie welke een mix is van beide andere. Boedeker corrigeert derhalve 4.000 voor het meerderheidsbelang en 1.000 voor het minderheidsbelang omdat hij vindt dat niet de volle 5.000 behoeft worden gecorrigeerd ten laste van het meerderheidsbelang.

In het kader van dit artikel achten wij het opnemen van voorbeelden om bovenstaande situaties te verduidelijken, te ver gaan.

Eveneens hebben wij in het bovenstaande afgezien van de behandeling van goodwill. Het bedrag dat dient te worden betaald boven de intrinsieke waarde van de verkregen deelneming. Bijvoorbeeld een onderneming heeft een aandelenkapitaal van 100.000 en reserves van 20.000 op de balans staan. Deze onderneming heeft derhalve een intrinsieke waarde van 120.000. Indien nu deze onderneming voor 100% wordt overgenomen voor 135.000 dan is de betaalde goodwill 15.000. Goodwill kan overigens ook negatief zijn; in dat geval zou b.v. voor de onderneming 112.000 zijn betaald.

Indien ongelijksoortige bedrijven behoren tot één concern is het minder nuttig te trachten de resultatenrekeningen samen te voegen. Beter is het dan om de enkelvoudige resultatenrekeningen afzonderlijk op te nemen voor met name de voor het bedrijf specifieke posten en als het ware “daarboven” een gezamenlijke resultatenrekening te plaatsen met de gemeenschappelijke posten, resulterend in de concernwinst. Voor de balansen is dit dikwijls niet noodzakelijk omdat hier de posten veelal gemakkelijker bij elkaar te voegen zijn.


Tenslotte willen wij ,slechts, aanstippen dat er sprake kan zijn van een moeder-dochter-kleindochter situatie. Onderneming A heeft alle (of een groot gedeelte van) de aandelen van onderneming B welke op haar beurt weer alle (of een groot gedeelte van) de aandelen van onderneming C heeft. In een dergelijke situatie zijn er de volgende mogelijkheden:

kettingconsolidatie eerst wordt B + C geconsolideerd; vervolgens A + (B + C).

- kernconsolidatie De kern is A en in één gang worden B en C geconsolideerd.

Nog iets gecompliceerder is bovenstaande situatie indien A (de moeder) ook nog een aandeel heeft in C (de kleindochter). Bij deze opmerkingen willen wij het hierbij laten.

Niettemin hopen wij met dit artikel een beeld te hebben geschetst van de activiteiten welke moeten worden ontplooid om te komen tot een goede balans en resultatenrekening van een concern. Het is voorstelbaar dat binnen een bedrijf dat aan het hoofd staat van een aantal dochter- (en eventueel kleindochter-)bedrijven dikwijls een afzonderlijke afdeling Consolidatie belast is met het samenstellen van de concern-jaarrekening.

Overigens wordt terzijde nog opgemerkt dat de jaarrekening van een dergelijk concern niet uitsluitend de concerngegevens omvat maar ook immer de zgn. enkelvoudige balans en resultatenrekening (de cijfers van de moeder sec) dient te publiceren.

Naar wij hopen heeft u met bovenstaand artikel een klein beetje inzicht gekregen in de boeiende wereld van de consolidatieproblematiek.

Vind je vaste baan

Al 28 jaar is WR het Werving en Selectie bureau voor vaste banen.