IFRS Theorie

Immateriële vaste activa

IAS 38

Grondslagen
Als grondslag voor waardering van immateriële vaste activa komt in aanmerking de verkrijging- of de vervaardigingprijs. Indien aan bepaalde voorwaarden is voldaan, mogen immateriële vaste activa ook worden gewaardeerd tegen reële waarde. Deze voorwaarden houden in dat deze waarde totstandkomt op een actieve markt en dat de boekwaarde regelmatig wordt getoetst aan deze reële waarde.

Dutch GAAP
• Immateriële activa waarvan de levensduur niet bepaalbaar is, worden afgeschreven over maximaal 20 jaren.
• Immateriële activa waarvan de levensduur bepaalbaar is, worden afgeschreven over maximaal 20 jaren.
• Goodwill wordt geactiveerd en afgeschreven.

IFRS
• Immateriële activa waarvan de levensduur niet bepaalbaar is, mogen niet meer systematisch worden afgeschreven, maar moeten jaarlijks (en zodra daarvoor indicaties zijn) worden getoetst op een mogelijke bijzondere waardevermindering (= zogenaamde impairment test).
• Immateriële activa waarvan de levensduur bepaalbaar is, moeten worden afgeschreven over deze levensduur, ongeacht de lengte ervan.
• Goodwill activeren en jaarlijks een impairment test.

Overige
Voorheen mocht volgens de Nederlandse wet- en regelgeving immateriële activa alleen tegen historische kostprijs worden gewaardeerd.
Tot en met het jaar 2001 kon goodwill in een keer ten laste worden gebracht van het eigen vermogen. Dit is niet meer toegestaan onder Dutch GAAP.



Materiële vaste activa

IAS 16

Grondslagen
Waardering kan plaats vinden tegen verkrijging- of vervaardigingprijs (zowel bij Dutch Gaap als IFRS).
Herwaardering tegen actuele waarde (= vervangingswaarde, bedrijfswaarde of opbrengstwaarde) van materiële activa is toegestaan. Als invulling van de actuele waarde wordt “fair value” (reële waarde) genoemd.
Onder “fair value” wordt verstaan de marktwaarde. Een uitzondering geldt voor machines en installaties wanneer er geen sprake is van regelmatige verkoop; dan vindt waardering plaats tegen vervangingswaarde.

Dutch GAAP
• Bij toepassing van actuele waarde worden op- en afwaarderingen gemuteerd in de herwaarderingsreserve. Voor de herwaarderingsreserve is een individuele benadering per post toegestaan.
• Er is geen eis tot jaarlijkse beoordeling van de restwaarde en afschrijvingsduur.
• Kosten van groot onderhoud kunnen worden geactiveerd (en afgeschreven) en er kan een voorziening worden gevormd.

IFRS
• Bij toepassing van actuele waarde worden op- en afwaarderingen gemuteerd in de herwaarderingsreserve. Voor de herwaarderingsreserve is een individuele benadering per actief verplicht.
• Jaarlijks dient de restwaarde en afschrijvingsduur te worden beoordeeld.
• Kosten van groot onderhoud kunnen worden geactiveerd (en afgeschreven). Een voorziening groot onderhoud is niet toegestaan!

Deelnemingen (exclusief joint ventures)

IAS 27/ 28/ 39

Grondslagen
Onder de Dutch Gaap heeft een bedrijf een deelneming in een rechtspersoon wanneer.
• hij een of meer van zijn dochtermaatschappijen,
• alleen of samen voor eigen rekening,
• aan die rechtspersoon kapitaal verschaft,
• teneinde met die rechtspersoon duurzaam verbonden te zijn,
• ten dienste van eigen werkzaamheid.
Indien 20% of meer van het geplaatste kapitaal wordt verschaft, wordt het bestaan van een deelneming vermoed.
IFRS kent ons begrip deelnemingen niet.
IFRS bekijkt of er beslissende zeggenschap (“control”) wordt uitgeoefend over het financiële en operationele beleid. Bijvoorbeeld door het hebben van meer dan de helft van de stemrechten.


Dutch GAAP
• Belangen die worden geconsolideerd en deelnemingen waarop invloed van betekenis wordt uitgeoefend worden in de enkelvoudige jaarrekening gewaardeerd tegen netto-vermogenswaarde. Bij gegronde redenen is waardering tegen kostprijs of actuele waarde toegestaan.
• Deelnemingen waarop geen invloed van betekenis wordt uitgeoefend, worden tegen kostprijs of actuele waarde gewaardeerd.
Indien tegen actuele waarde wordt gewaardeerd, worden de waardewijzigingen in een wettelijke reserve binnen het eigen vermogen verwerkt.
• Participaties (belangen van venture capital companies) waarin een beslissende zeggenschap kan worden uitgeoefend, worden in Nederland niet als groepsmaatschappij beschouwd en daarom niet geconsolideerd. Omdat er over het algemeen geen sprake is van een economische eenheid.
• Goodwill wordt als afzonderlijk gepresenteerd binnen de immateriële vaste activa.

IFRS
• Belangen die worden geconsolideerd en deelnemingen waarop invloed van betekenis wordt uitgeoefend worden in de enkelvoudige jaarrekening gewaardeerd tegen kostprijs of reële waarde.
• Deelnemingen waarop geen invloed van betekenis wordt uitgeoefend, worden gewaardeerd tegen reële waarde waarbij de wijzigingen in de reële waarde in het vermogen of in het resultaat worden verantwoord.
• Participaties, waarin een beslissende zeggenschap kan worden uitgeoefend, is consolidatie verplicht.
• Goodwill wordt opgenomen binnen de post deelnemingen.

Overige
Voor een uitgebreide toelichting op de begrippen deelnemingen, dochtermaatschappijen en groepsmaatschappijen, verwijs ik naar de studieboeken/ internetsites.


Overige financiële vaste activa

IAS 39

Grondslagen
Zie voor onderstaande verschillen.

Dutch GAAP
• De Richtlijnen bevatten geen specifieke bepalingen voor de activering/passivering van financiële instrumenten. Richtlijn 115 ‘Criteria opname en vermelding’ bevat algemene bepalingen voor het verwerken van activa en posten van het vreemd vermogen.
• In de Richtlijnen is een algemene bepaling opgenomen omtrent ‘derecognition’ (= verwijdering van de balans) van activa en passiva. Een actief of een post van het vreemd vermogen dient niet langer in de balans te worden opgenomen indien de transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot het actief of de post van het vreemd vermogen aan een derde worden overgedragen.
• Aandelen worden gewaardeerd tegen de kostprijs (of lagere marktwaarde) dan wel tegen actuele waarde. Obligaties worden in Nederland veelal gewaardeerd tegen aflossingswaarde, waarbij het verschil tussen de verkrijgingprijs en de aflossingswaarde wordt verdeeld over de resterende looptijd van de obligaties. Ook is waarde tegen actuele waarde toegestaan.
• Indien tot de financiële activa behorende effecten tegen actuele waarde/reële waarde worden gewaardeerd, dienen de waardemutaties ingevolge de Nederlandse regelgeving in de herwaarderingsreserve te worden verwerkt of in de winst-en-verliesrekening.

IFRS
• IAS 39 bevat specifieke bepalingen voor de vraag wanneer een financieel instrument moet worden geactiveerd dan wel gepassiveerd. Paragraaf 14 bepaalt dat een onderneming een financieel instrument op de balans opneemt zodra zij partij wordt in de contractuele bepalingen van het financiële instrument.
• Bij overdracht van financiële activa dient allereerst te worden beoordeeld of de regels voor ‘derecognition’ (= verwijderen van de balans) moeten worden toegepast. Indien nagenoeg alle risico’s en opbrengsten zijn behouden, dienen de activa niet van de balans te worden gehaald. Indien nagenoeg alle risico’s en opbrengsten zijn overgedragen, worden de activa van de balans gehaald. Ten aanzien van financiële passiva geldt dat deze van de balans af gaan wanneer de verplichting tenietgaat, met andere woorden, wanneer de in het contract vastgelegde verbintenis door de onderneming wordt nagekomen, wordt ontbonden dan wel wanneer deze afloopt.
• Aandelen dienen tegen reële waarde te worden gewaardeerd, met uitzondering van aandelen waarvan de reële waarde niet betrouwbaar kan worden vastgesteld. Obligaties die tot aan het einde van de looptijd zullen worden aangehouden worden gewaardeerd tegen amortisatiewaarde. Dit kan alleen als aan stringente voorwaarden is voldaan. Indien hier geen sprake van is dient waardering tegen reële waarde te geschieden.
• Indien tot de financiële activa behorende effecten tegen actuele waarde/reële waarde worden gewaardeerd, dienen de waardemutaties in de winst-en-verliesrekening verwerkt te worden.


Voorraden

IAS 2

Grondslagen
De volgende methode zijn toegestaan.
• FIFO
• LIFO Niet onder IFRS
• Gemiddelde prijzen
• IJzeren voorraad Niet onder IFRS

Dutch GAAP
• De wet en Richtlijnen staan toe dat voorraden worden geherwaardeerd naar hogere vervangingswaarde of bedrijfswaarde, waarbij de herwaardering naar de herwaarderingsreserve gaat.
• Het is toegestaan de economische voorraad te waarderen.

IFRS
• Herwaardering is niet toegestaan (uitsluitend waardering tegen historische kostprijs).
• Economische waardering is niet toegestaan.

Onderhanden werk

IAS 11

Grondslagen
Er zijn 2 methoden.
• Percentage of completion (POC methode): is winstneming naar rato van de verrichte prestaties bij de uitvoering van het werk.
Onderhanden werk wordt gewaardeerd tegen de vervaardigingprijs, vermeerderd met de winst die aan dat deel van het project is toe te rekenen.
• Completed contract (CC methode): winstneming bij voltooiing of oplevering van het project.
Onderhanden werk wordt gewaardeerd tegen de vervaardigingprijs.

Dutch GAAP
• Bovenstaande 2 methoden zijn toegestaan.
• Bij POC methode wordt de winst bepaald door de winst te verwerken naar rato van de verrichte prestaties bij de uitvoering van het werk.


IFRS
• De CC methode is niet toegestaan. Wanneer de POC methode niet kan worden toegepast (de tussentijdse winst kan niet op verantwoorde wijze worden bepaald), dient de winst bij oplevering worden genomen.
• Bij POC methode wordt de winst bepaald door de omzet te verwerken naar rato van de verrichte prestaties bij de uitvoering van het werk.

Vlottende activa: vorderingen

IAS 32/ 39

Grondslagen
Waardering kan plaatsvinden tegen nominale waarde of de reële waarde.

Dutch GAAP
• Waardering tegen nominale waarde of tegen lagere reële waarde.

IFRS
• Waardering tegen reële waarde en mutaties via de resultatenrekening laten lopen.

Overige
De (statische) voorziening dubieuze debiteuren is toegestaan onder IFRS (als de mutaties maar via de resultatenrekening lopen). De dynamische voorziening is niet toegestaan.


Liquide middelen


IAS 1/ 32

Grondslagen
Geen specifieke verschillen tussen Dutch Gaap en IFRS.

Dutch GAAP

IFRS


Eigen vermogen


IAS 10

Grondslagen
Geen specifieke kenmerken.

Dutch GAAP
• Het eigen vermogen dient als volgt te worden ingedeeld.
a. Aandelenkapitaal
b. Agio
c. Herwaarderingsreserve
d. Wettelijke reserves
e. Overige reserves
f. Niet verdeelde winst
• Er dienen wettelijke reserves te worden opgenomen.
• Het garantievermogen (= eigen vermogen en achtergestelde leningen) kan worden vermeld in de jaarrekening.

IFRS
• Het eigen vermogen dient als volgt te worden ingedeeld.
a. Aandelenkapitaal
b. Agio
c. Herwaarderingsreserve
d. Reserve koersverschillen
e. Cumulatief resultaat
• Er is geen verplichting om wettelijke reserves te vormen.
• De term garantievermogen komt niet voor.

Overige
In de toelichting van de jaarrekening dient een mutatieoverzicht te worden opgenomen van het eigen vermogen (Dutch Gaap/ IFRS).


Voorzieningen voor latente belastingen


IAS 12

Grondslagen
Voorziening van latente belastingen ontstaan bij tijdelijke belastbare verschillen (herwaardering van materiële vaste activa) en kunnen worden gewaardeerd tegen nominale waarde of tegen contante waarde.
Nominale waarde is de aanschafwaarde van het object.
De contante waarde is de verwachte economische waarde van het object. D.m.v. de netto contante waarde methode kan deze waarde worden berekend.

Dutch GAAP
• De voorziening van latente belastingen mag zowel tegen nominale als contante waarde gewaardeerd worden.
• De Nederlandse wetgeving stelt dat de voorziening zowel als vlottend als vaste activa op de balans mag worden gewaardeerd.

IFRS
• De voorziening van latente belastingen tegen nominale waarde moet worden gewaardeerd.
• Het is niet toegestaan de voorziening als vlottende activa op te nemen.


Voorzieningen (exclusief belastingen en pensioenen)


IAS 37

Grondslagen
Waardering tegen nominale waarde of contante waarde.

Dutch GAAP
De volgende voorzieningen kunnen voorkomen.
• Groot onderhoud.
• Assurantie eigen risico (AER).
• Verzekerde arbeidsongeschiktheidskosten.
• Reorganisatiekosten.
• Herstelkosten.

IFRS
De volgende voorzieningen zijn toegestaan.
• Reorganisatiekosten. Vorming is mogelijk wanneer er.
o Een formeel reorganisatieplan is.
o Er gestart is met de reorganisatie voor de balansdatum of
o Als de hoofdlijnen in voldoende mate bekend zijn gemaakt bij de mensen, voor wie de reorganisatie gevolgen zal hebben.
• Herstelkosten.


Pensioen (voorzieningen)

IAS19

Grondslagen
Er zijn de volgende systemen.
• Beschikbare premieregeling (=defined contribution plan). De werkgever betaalt premies aan een fonds en er zijn geen andere verplichtingen: het actuarieel risico en beleggingsrisico (= pensioenrisico) ligt niet bij de werkgever.
In de jaarrekening zijn er alleen pensioenkosten.
• Toegezegde pensioenregeling (=defined benefit plan). De hoogte van het salaris is bepalend voor de hoogte van het pensioen, bijvoorbeeld middelloonregeling/ eindloonregeling.
De werkgever betaalt premies aan een fonds en daarnaast moet er een voorziening worden getroffen t.b.v. de toekomstige pensioenverplichtingen.
Per jaar wordt bekeken wat het verschil is tussen de pensioenverplichtingen en de marktwaarde van de beleggingen: dit verschil moet in de jaarrekening worden verwerkt.
En kan jaarlijks dus fluctueren: het actuarieel risico en beleggingsrisico (= pensioenrisico) ligt bij de werkgever.
In de jaarrekening zijn er pensioenkosten (W&V) en is er een voorziening voor pensioenverplichtingen.


Dutch GAAP
In het algemeen worden de betaalde premies aan het pensioenfonds (inclusief eventuele backservicepremies) verantwoord als pensioenlasten en worden extra kosten (a.g.v. slechte beleggingsresultaten) direct als last genomen in de resultatenrekening.

IFRS
Hier wordt rekening gehouden met bovengenoemde regelingen (zie grondslagen) en wordt er gekeken of het pensioenrisico wel of niet bij de werkgever ligt.
Bij de beschikbare premieregeling kan worden volstaan met de betaalde premies op te nemen als pensioenlast in de resultatenrekening.
Bij de toegezegde pensioenregeling kunnen de pensioenlasten jaarlijks fluctueren, wat kan leiden tot ongewenste schommelingen in de balans en resultatenrekening.
De IFRS richtlijnen zijn dus strikter dan de Dutch GAAP.

Overige
In de Dutch GAAP hebben bedrijven, aangesloten bij een bedrijfstakpensioenfonds, geen verplichting tot het storten van extra bedragen (als er sprake is van een tekort aan toekomstige pensioenen). Volgens de IFRS moet er worden gekeken naar de thans geldende criteria.


Schulden

IAS 39

Grondslagen
Een onderneming kan een financieel instrument op de balans passiveren als zij contractueel eigenaar van het bezit zijn. De bezitting moet van de balans verwijderd worden op het moment dat bij de overdracht de risico’s voor de derde zijn.

Dutch GAAP
• De waardering van de schulden m.b.t. handelsdoeleinden moeten in Nederland tegen de nominale waarde op de balans vermeld worden.
• Ingevolge de gewijzigde Nederlandse regelgeving is het toegestaan om financiële activa tegen fair value te waarderen. Er kan voor worden gekozen om de waardewijzigingen via het vermogen of het resultaat te verantwoorden; in beide gevallen moet een herwaarderingsreserve worden gevormd indien er geen frequente marktnoteringen aanwezig zijn (art. 2:390 lid 1 BW).

IFRS
• Schulden die op de balans worden aangehouden voor handelsdoeleinden moeten tegen de reële waarde op de balans gezet worden. Eventuele wijzigingen in de reële waarde wordt in de winst- en verliesrekening verwerkt.
• Als gevolg van de gewijzigde IAS 39 (IAS 39.9 en 49) is het nu nog toegestaan om financiële activa (ongeacht de categorie) tegen fair value te waarderen en de waardewijzigingen in het resultaat te verwerken (de zogenaamde fair value option). De nieuwe regel is van toepassing voor boekjaren die beginnen op 1 januari 2006.

Winst-en-verliesrekening

IAS 1

Grondslagen
De grondslagen voor de IFRS en Dutch GAAP zijn nagenoeg hetzelfde.

Buitengewone baten en lasten zijn baten en lasten welke niet voortvloeien uit de gewone bedrijfsuitoefening.
Bijzondere baten en lasten zijn posten die niet tot de buitengewone baten en lasten worden gerekend en dus wel tot de gewone bedrijfsuitoefening behoren, maar van bijzondere aard zijn.

Dutch GAAP
Tot en met 2002 werden in de rubriek bijzondere baten en lasten posten verwerkt die behoren tot de gewone bedrijfsuitoefening, maar die op grond van specifieke kenmerken (aard, omvang, incidenteel karakter) afzonderlijk dienen te worden gepresenteerd.
Een voorbeeld zijn de extra kosten (aantal mensen uit dienst Y+1 * loonkosten) voor de reorganisatievoorziening.
Vanaf 2003 moeten deze posten worden opgenomen in de “normale” rubrieken van de resultatenrekening.
Uitzondering.
Voorzieningen voor reorganisaties mogen slechts worden getroffen indien er:
• Een formeel reorganisatieplan is.
• Er gestart is met de reorganisatie voor de balansdatum of
• Als de hoofdlijnen in voldoende mate bekend zijn gemaakt bij de mensen, voor wie de reorganisatie gevolgen zal hebben.

Onder de buitengewone baten en lasten mogen alleen posten worden verwerkt die naar verwachting niet vaak of niet regelmatig zullen voorkomen: deze mogen apart worden gepresenteerd. Hierbij moet je denken aan natuurrampen en nadelen die voortvloeien uit nationalisaties.


IFRS
De rubriek buitengewone baten en lasten is niet meer toegestaan.

Consolidatie

IAS 27

Grondslagen
Wanneer een onderneming aan het hoofd staat van een groep is er verplichting om een geconsolideerde jaarrekening op te nemen in de toelichting van zijn jaarrekening. De geconsolideerde jaarrekening moet tegen dezelfde grondslagen worden gewaardeerd als de enkelvoudige jaarrekening.

Dutch GAAP
Onder bepaalde voorwaarden geldt er een consolidatievrijstelling.
Bijvoorbeeld bij.
• Groepsmaatschappijen die zijn aangekocht om te worden vervreemd in de toekomst.
• Kleine groepen.
• Wanneer het teveel kost om de benodigde gegevens te verzamelen) geldt er een consolidatievrijstelling.

IFRS
Er geldt een consolidatieplicht.

Overige
1) Er zijn 2 methoden van consolidatie.
• Integrale consolidatie
o Alle activa, passiva, bate en lasten van de te consolideren rechtspersoon worden opgenomen in de jaarrekening.
o Belang van derden in deze onderneming worden afzonderlijk tot uitdrukking gebracht.
 Balans; direct na het eigen vermogen de post “belangen van derden”.
 W&V; na het totale groepsresultaat wordt een post opgenomen “aandeel van derden”.
• Proportionele consolidatie
o Alle activa, passiva, bate en lasten van de te consolideren rechtspersoon worden opgenomen in de jaarrekening naar evenredigheid tot het daarin gehouden belang.
2) Voor de boekhoudkundige verwerking verwijs ik naar de diverse studieboeken.


Leasing

IAS 17

Grondslagen
Er zijn twee soorten.
Financiële lease
Dit is een leaseovereenkomst waarbij de voor- en nadelen verbonden aan de eigendom geheel of nagenoeg geheel door de huurder worden gedragen (de juridische eigendom kan aan het einde van het contract worden overgedragen door de verhuurder aan de huurder).
Op de balans dient de huurder het lease bedrag te activeren en de financiële verplichting te passiveren. De periodieke betaling moet worden gesplitst in een deel rente (W&V) en aflossing (balans) o.b.v. een annuïteiten overzicht.
Operational lease
Dit zijn alle niet financiële lease overeenkomsten. De periodieke betalingen worden direct verwerkt in de resultatenrekening. In de toelichting op de jaarrekening moet worden vermeld de toekomstige leaseverplichtingen (als niet uit de balans blijkende verplichtingen).

Dutch GAAP
Er zijn kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren om de soort lease te bepalen.

IFRS
Er zijn alleen kwalitatieve indicatoren om de soort lease te bepalen.

Overige
Kwantitatieve indicatoren zijn.
• 75% criterium: de leaseperiode moet 75% of meer bedragen van de economische levensduur.
• 90% criterium: de contante waarde van de minimale leasebetalingen moet 90% of meer bedragen van de waarde van het lease object.
Kwalitatieve indicatoren zijn.
• De eigendom van het lease object gaat over naar de huurder aan het einde van de leaseperiode.
• De huurder heeft het recht het lease object te kopen tegen een bedrag ver beneden de reële waarde (op het moment van de eventuele koop).
Wanneer bovenstaande indicatoren positief zijn beantwoord, is er sprake van financiële lease.


Stelselwijzigingen

IAS 8

Grondslagen
Deze wijzigingen worden verwerkt in de resultatenrekening en via een mutatie van het eigen vermogen.

Dutch GAAP
• Stelselwijzigingen en herstel fouten worden verwerkt via het eigen vermogen of de resultatenrekening.

IFRS
• Stelselwijzigingen en herstel fouten worden verwerkt via het eigen vermogen.

Overige
IFRS maakt onderscheid tussen verplichte en vrijwillige stelselwijzigingen, waarbij er verschillen zijn in de verwerking en de toelichting. De Nederlandse richtlijnen maken dit onderscheid niet.


Niet uit de balans blijkende verplichtingen

IAS 37

Grondslagen
Hier worden verplichtingen vermeld die op grond van de van toepassing zijnde richtlijnen niet als schuld of voorziening in de balans kunnen worden opgenomen.

Dutch GAAP
De Nederlandse regelgeving vermeld een aantal verplichtingen en niet in de balans opgenomen activa (= activa waarvan de waarde niet betrouwbare wijze kan worden vastgesteld), die kunnen worden gerubriceerd onder de “niet uit de balans blijkende verplichtingen”.

IFRS
IFRS heeft geen specifieke regelgeving omtrent de “niet uit de balans blijkende verplichtingen”.


Gebeurtenissen na balansdatum

IAS 10

Grondslagen
N.v.t.

Dutch GAAP
• Gebeurtenissen na balansdatum die nadere informatie geven over de feitelijke situatie op balansdatum, maar voor het opmaken van de jaarrekening, dienen te worden verwerkt in de jaarrekening.
• Gebeurtenissen na balansdatum die nadere informatie geven over de feitelijke situatie op balansdatum, na het opmaken van de jaarrekening, dienen te worden verwerkt in de jaarrekening. Voor zover dit onontbeerlijk is voor het inzicht.
• Een voorgenomen dividenduitkering in Y+1 kan worden opgenomen onder het eigen vermogen of kan worden vermeld in de toelichting op de jaarrekening.

IFRS
• IFRS heeft geen specifieke regelgeving voor gebeurtenissen na balansdatum.
• Een voorgenomen dividenduitkering in Y+1 moet worden vermeld in de toelichting op de jaarrekening.

Vind je vaste baan

Al 28 jaar is WR het Werving en Selectie bureau voor vaste banen.